Opname psychiatrische inrichting verdachte moord GGnet



Bij vonnis van 13 juli 2005 heeft de rechtbank vonnis gewezen in de strafzaak tegen H.J, Hij werd verdacht van de moord op H.G. op 19 december 2003 en van poging tot doodslag van twee personen op 20 juni 2003, alle te Warnsveld gepleegd.

De rechtbank is het met de officier van justitie eens dat moord niet bewezen kan worden en dat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. De bekennende verklaringen van de verdachte zijn, gelet op zijn geestesgesteldheid, onvoldoende betrouwbaar en verder is onvoldoende overtuigend bewijs aanwezig. De vordering van de nabestaanden moet daarom worden afgewezen.

Wel bewezen acht de rechtbank beide pogingen tot doodslag. De verdachte is naar aanleiding van de verdenking van moord onderzocht. Hij lijdt aan een chronische schizofrene psychose. Vanwege deze psychische stoornis is hij ontoerekeningsvatbaar, zo oordeelt de rechtbank. De verdachte is dan ook ontslagen van rechtsvervolging.

De officier van justitie heeft TBS met dwangverpleging geëist. De rechtbank vindt dat de maatregel van opname in een psychiatrische inrichting voor de tijd van één jaar meer op zijn plaats is. Daarna biedt de Wet Bijzondere Opnamen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) voldoende mogelijkheden om de verdachte in de psychiatrische inrichting te houden.

Bron: Rechtbank Zutphen



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: