Een groot aantal maatschappelijke organisaties vraagt de Tweede Kamer nu geen beslissing te nemen over de invoering van het door minister Dekker (VROM) ontwikkelde nieuwe huurbeleid. De organisaties willen dat de discussie daarover wordt verdaagd tot na de
verkiezingen van 22 november. Zij geven daarvoor drie argumenten. In de eerste plaats is er nauwelijks draagvlak voor de plannen in de samenleving; de maatschappelijke verdeeldheid over de plannen is groot. In de tweede plaats was slechts een nipte meerderheid in de Tweede Kamer vóór en ten derde is sprake van uiterst ingewikkelde regelgeving.

Het verzoek komt van huurdersorganisaties, woningcorporaties, ouderenorganisaties, cliëntenraden, vakcentrales, de studentenvakbond en nog vele andere organisaties. Het gebrek aan draagvlak voor het nieuwe huurbeleid blijkt al uit het grote aantal organisaties dat het verzoek heeft ondertekend en de gemêleerdheid van hun gezelschap. De gewone man moet echter ook niets hebben van de 'mo-dernisering van het huurbeleid' (zoals minister Dekker haar plannen aanduidt). De kern van deze 'modernisering' is de huurliberalisatie, waarbij de huur van 25 procent van alle huurwoningen wordt vrijgeven. Uit een opiniepeiling van Maurice de Hond in februari 2006 bleek dat 56 procent van de bevolking tegen deze huurliberalisatie is.

Hoe groot de weerstand tegen de plannen is, blijkt onder meer uit het feit dat veel woningcorporaties tegen zijn. Ook de institutionele beleggers en de particuliere verhuurders zijn ronduit tegen en over-wegen zelfs schadeclaims in te dienen bij de overheid. Een groot aantal gemeenten maakt zich grote zorgen over het enorme tekort aan betaalbare huurwoningen dat als gevolg van de huurliberalisatie zal ontstaan. Zij vrezen toenemende segregatie, door de ruimtelijke scheiding van rijk en arm. Ook de jongerenafdelingen van de drie regeringspartijen CDA, VVD en D66 hebben zich tijdens Balkenende II nadrukkelijk uitgesproken tegen het nieuwe huurbeleid (Volkskrant, 26 maart)

De onzekerheid die invoering van het nieuwe huurbeleid tot gevolg heeft, is mede te wijten aan de complexiteit ervan. De Raad van State heeft wat dat betreft een vernietigend oordeel uitgesproken over het Wetsvoorstel modernisering huurbeleid 2007, waarvan de Kamerbehandeling op 13 septem-ber aanstaande start. De nieuwe wetgeving is dermate ingewikkeld, dat de Raad zich afvraagt of de gemiddelde huurder het allemaal nog wel zal kunnen volgen. Daarbij constateert de Raad een ver-snippering van de rechtsbescherming van huurders. Dat noemt hij nadrukkelijk ongewenst.

In hun brief aan de Tweede Kamer wijzen de maatschappelijke organisaties er met nadruk op dat premier Balkenende zelf bij zijn regeringsverklaring op 7 juli 2006 aangaf dat het Kabinet er voor moet oppassen dat geen onomkeerbare beslissingen worden genomen over zaken waar weinig draagvlak voor is, waar slechts een kleine meerderheid voor bestaat in het parlement of die zeer complex zijn. Op een schaal van 100 scoren de huurplannen wat dit betreft de volle honderd punten. De maatschappelijke organisaties vinden het, gezien de uitlatingen van de minister-president, niet te verteren als deze plannen worden
doorgezet.

bron:Nederlandse Woonbond