Op zaterdag 10 september werd het eerste exemplaar van 'De getekende stad. Utrecht in oude tekeningen 1550-1900' aangeboden aan de burgemeester van Utrecht, mevrouw mr. A.H. Brouwer-Korf. Tijdens de presentatie gaf professor dr. K.A. Ottenheym, hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, een inleiding over het belang van topografische tekeningen. 'De getekende stad', geschreven door kunsthistorica drs. C.C.S. Wilmer, toont bijna 600 bekende en onbekende topstukken uit de tekeningencollectie van Het Utrechts Archief.

Het Utrechts Archief beheert ongeveer 18 kilometer archieven, 75.000 boeken, kranten en tijdschriften en een half miljoen kaarten, tekeningen, prenten en foto's. Ruim 80.000 foto's, tekeningen en prenten uit de collectie zijn, voorzien van een korte beschrijving, toegankelijk via de website van Het Utrechts Archief, www.hetutrechtsarchief.nl. Hoewel vele tekeningen al eens eerder in publicaties zijn afgedrukt, is er nog niet eerder een overzichtswerk van de topstukken uit de collectie uitgegeven.

In 'De getekende stad' zijn bijna 600 topografische tekeningen afgebeeld, allen in kleur. Daarbij zijn tekeningen van Pieter Saenredam en Herman Saftleven uit de zeventiende eeuw, van Jan de Beijer en Paul van Liender uit de achttiende eeuw en van Jan Verheijen, Cornelis Springer, jonkheer Pieter van Loon en Cornelis van Hardenbergh uit de negentiende eeuw. De tekeningen zijn ingedeeld in zes hoofdstukken: gezichten op de stad, verdedigingswerken, de Oudegracht, kerkgebouwen, straten en pleinen en het landelijke gebied rondom de oude stad. Elk hoofdstuk is voorzien van een inleiding en de tekeningen zijn ook afzonderlijk uitgebreid beschreven. Bij het onderzoek dat voor deze beschrijvingen nodig was, kwam ook veel nieuwe informatie boven water. Van verschillende tekeningen kon pas nu de juiste topografische locatie worden vastgesteld. Omdat veel van deze situaties inmiddels verdwenen of veranderd zijn, maakt dit 'De getekende stad' extra interessant.

bron:Het Utrechts Archief