Er is in Nederland geen tekort aan hooggeschoolden en dat zal de komende jaren niet veranderen. Dit blijkt uit onderzoek van The Boston Consulting Group (BCG). In de politiek is de indruk ontstaan dat het hoger onderwijs meer en betere studenten moet afleveren, zodat Nederland een kenniseconomie wordt. Maar om de Nederlandse economie kennisintensiever te maken moet niet alleen het aanbod maar vooral de vraag naar hoogopgeleiden worden gestimuleerd, zo blijkt uit de studie van BCG.

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd is de Nederlandse beroepsbevolking relatief goed en hoog opgeleid. Nederland staat op de 4e plaats wereldwijd, na de VS, Noorwegen en Israël. De kwaliteit van de Nederlandse universiteiten doet niet onder voor die van onze buurlanden. Nederland heeft twee universiteiten in de top 100 van de wereld en 12 universiteiten in de top 500. Afgezet tegen het aantal inwoners eindigt ons land daarmee op een derde plaats na Zweden en Zwitserland en dus vóór Canada, Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.

Er is ook geen tekort maar een overschot aan hoogopgeleiden. Volgens berekeningen van The Boston Consulting Group bedroeg in 2004 het structurele overschot aan hoogopgeleiden 80-duizend FTE. Dit overschot vertaalt zich niet zozeer in werkloosheid, maar vooral in hoogopgeleiden die een baan onder hun niveau accepteren. Ze benutten hun opleiding niet ten volle en verdringen daarmee werknemers met een middelbare opleiding.

De komende jaren zal het overschot blijven bestaan ondanks de economische groei en de daaruit voortvloeiende werkgelegenheidsgroei. Voor het jaar 2020 wordt een structureel overschot voorzien van circa 140-duizend FTE. De vergrijzing brengt hierin geen verandering. Dit komt doordat de babyboomers die binnenkort met pensioen gaan verhoudingsgewijs veel minder vaak studeerden aan universiteit of hogeschool dan de  generatie die instroomt op de arbeidsmarkt.

De onderzoeksresultaten geven ook geen tekorten in bepaalde studierichtingen aan, enkele specifieke uitzonderingen daargelaten. Slechts 13 procent van de universitair geschoolden en 11 procent van de HBO'ers werkt in een baan waarvoor alleen de eigen studierichting geschikt is. Voor bèta's is dat beeld niet wezenlijk anders.

Gezien deze uitkomsten acht BCG een eenzijdige focus op de kwantiteit en kwaliteit van het hoger onderwijs niet effectief. Natuurlijk is een goed aanbod van hoogopgeleiden belangrijk voor een kenniseconomie, maar dat is alleen waardevol als ook de vraag naar hoogopgeleid werk stijgt. Daarom adviseert BCG om ook specifiek aan te sturen op het vergroten van de hoeveelheid kennisintensief werk in Nederland. Dat kan door:
- het verder stimuleren van kennisintensieve sectoren;
- een betere aansluiting tussen hoger onderwijs en het MKB;
- te stimuleren dat hoogopgeleiden een eigen onderneming starten.

Bepaalde economische sectoren, zoals de zakelijke dienstverlening en de financiële sector, zijn van nature kennisintensief. Door snellere groei kunnen deze sectoren meer hoogopgeleide werknemers opnemen Een actief beleid om de groei in deze sectoren te bevorderen kan de vraag naar hoogopgeleiden stimuleren.

Het aantal hoogopgeleiden in het MKB blijft achter bij het. Het MKB geeft zelf ook aan veel hoogopgeleiden nodig te hebben. Er zijn echter aansluitingsproblemen die weggewerkt moeten worden.

Nederland kent een laag aantal startende ondernemers in vergelijking met andere landen. Tegelijkertijd weten we uit diverse onderzoeken dat hoogopgeleiden succesvoller zijn als ondernemers. Aanmoedigen van hoogopgeleiden tot ondernemerschap is daarom het advies.

Over het onderzoek
The Boston Consulting Group levert graag een constructieve bijdrage aan discussies over belangrijke vraagstukken in de samenleving. Daartoe verschijnt de serie Perspectieven, waarin The Boston Consulting Group op eigen initiatief een rapport aan de samenleving uitbrengt. Dit eerste jaar richten we ons op de relatie tussen hoger onderwijs en de arbeidsmarkt in Nederland. Met behulp van objectieve feiten en cijfers willen wij knelpunten aanwijzen en mogelijkheden aanreiken voor fundamentele verbetering van die relatie.

The Boston Consulting Group
Sinds de oprichting in 1963 streeft BCG ernaar zijn klanten te helpen concurrentievoordeel te behalen. Ons bedrijf heeft de overtuiging dat best practices of benchmarks maar zelden voldoende zijn om blijvende waarde te creëren en dat nieuw inzicht in de economie, markten en de dynamiek van organisaties nodig is om tot verbetering te komen. Voor ons is elke opdracht een unieke reeks kansen die niet optimaal kunnen worden benut door een standaardoplossing toe te passen. BCG heeft 61 vestigingen in 36 landen en telt onder zijn klanten ondernemingen uit alle bedrijfstakken en markten.
 
bron:The boston consulting group