Het Openbaar Ministerie in Amsterdam (het
arrondissementsparket Amsterdam) is niet bevoegd een
strafrechtelijk onderzoek te starten naar de toenmalige ministers
van Binnenlandse Zaken en Justitie voor de dood van Pim Fortuyn. De
advocaat van de familie Fortuyn had hierom gevraagd. De vervolging
van bewindspersonen dient namelijk ingesteld te worden door de Hoge
Raad. Om die reden kan het OM in Amsterdam de aangifte niet in
behandeling nemen.

Begin juni van dit jaar deed de broer van
Pim Fortuyn aangifte bij het OM in Amsterdam van dood door schuld.
Deze aangifte was gericht tegen de ministers die verantwoordelijk
waren voor de beveiliging van Pim Fortuyn.

Artikel 119 van de Grondwet bepaalt echter
dat ministers en staatssecretarissen, wegens ambtsmisdrijven in
functie, terecht dienen te staan voor de Hoge Raad. De opdracht tot
vervolging wordt gegeven bij Koninklijk Besluit of door een besluit
van de Tweede Kamer. Uit het voorgaande volgt dat het OM in
Amsterdam, mocht er al aanleiding bestaan voor het starten van een
onderzoek, niet ontvankelijk is in de vervolging van de toenmalige
ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie. Om die reden kan het
OM in Amsterdam de aangifte niet in behandeling nemen. Het OM heeft
de advocaat van de familie hiervan op de hoogte gebracht.

bron:OM