Theologen met een hbo-opleiding kunnen
voorlopig geen predikant worden in de Protestantse Kerk in
Nederland (PKN). Dat bleek donderdag tijdens de synodevergadering
in Lunteren. De kerkleiding heeft voorgesteld pas in november 2007
tot een definitief besluit te komen over het rapport 'Pastor in
beweging'. Vanaf de reformatie in de zestiende eeuw kennen de
protestantse kerken alleen wetenschappelijk geschoolde voorgangers.
Uitzonderingen zijn aan strenge regels gebonden. Na de Tweede
Wereldoorlog zijn er een toenemend aantal kerkelijk werkers die de
voorgangers beroepsmatig assisteren en een HBO opleiding hebben.
Uit oogpunt van bezuinigingen en efficient inzetten van mensen en
middelen was voorgesteld ook hen de mogelijkheid te geven voor te
gaan in de kerkdiensten.

Het moderamen van de synode deed het
voorstel tot uitstel na forse kritiek van (academisch geschoolde)
predikanten en diverse organisaties in de media. Een nieuwe
commissie zou met een 'nadere rapportage op grond van het in de
synode gevoerde beraad' moeten komen.

Weinig uitgewerkt

In de aanloop naar de behandeling van het
rapport noemde de Commissie van Rapport de hoofdlijnen voor beleid
in het voorstel ''te weinig onderbouwd en uitgewerkt om de
consequenties van dit besluit te kunnen overzien''. Volgens de
commissie was het ''niet verantwoord om in dit stadium
onomkeerbare besluiten te nemen''.

Het moderamen van de synode verklaarde aan
het begin van de middag deze aanbeveling over te nemen. Dit leidde
tot forse kritiek van synodeleden. Volgens ds. Ilona Fritz nam het
moderamen de synode 'niet serieus' door een defintief besluit uit
te willen stellen, nog voordat de synode zich had uitgesproken.

Indruk

De opsteller van het rapport, prof. G.G.
de Kruiff, erkende dat 'Pastor in beweging' aanleiding gaf tot
kritiek. ''Het document omschrijft onvoldoende dat academische en
hbo-theologen niet inwisselbaar zijn. Het is jammer dat het rapport
de indruk heeft gewekt dat de academische theologie minder waard is
geworden.''

Volgens De Kruijff zijn de problemen waar
het voorstel een oplossing voor zoekt dringend. ''Het aantal
predikanten neemt af, terwijl kleine gemeentes meer financiële
problemen kennen. Deze gemeentes zouden in dit rapport de
mogelijkheid krijgen goedkopere hbo-predikanten te
beroepen.''

De opstelling van de meerderheid van de
synodeleden, die het predikantschap wil voorbehouden aan academici,
noemt De Kruijff 'vreemd'. ''Onze kerk geeft kerkelijk werkers
wél toestemming om te preken, ook wanneer dat eigenlijk niet
meer mag. Die mensen mogen dus preken, maar niet de sacramenten
bedienen. Dit is een katholieke redenering. Een reformatorische
houding zou zijn: wie mag preken, mag ook de sacramenten
bedienen.''

Academisch

Uit reacties van synodeleden blijkt dat
verreweg de meesten een hbo-predikant niet zien zitten. Sommigen
reageerden emotioneel op het voorstel 'Pastor in beweging'.
''Blijf met de handen af van onze predikanten en hun
salarissen'', zei ds. J.D. Kraan uit Bergum. Een ander synodelid
verklaarde dat ''sommige gemeentes nu al de wrange vruchten van
de aanstelling van een hbo-predikant plukken''.

Uit tegenvoorstellen en amendementen
blijkt dat de PKN-synode hecht aan een universitaire opleiding voor
de predikanten. Belangrijk argument daarvoor is dat een predikant
de grondtalen waarin de Bijbel is geschreven, moet kennen. Ook
bestaat de angst dat 'vooral kleinere gemeentes straks louter om
financiële redenen vluchten in het aanstellen van de
goedkopere en niet-academisch gevormde predikanten'.

Tekort

Het rapport 'Pastor in beweging' is
afkomstig van de 'Brede Studiecommissie predikantsbezetting', die
voorspelt dat de PKN over vijftien jaar 300 tot 400 predikanten
tekort komt. De commissie adviseerde de kerkleiding 'de kloof
tussen theologen met een academische opleiding en theologen met een
hbo-opleiding op te heffen'. Theologen met een hbo-opleiding
zouden, na het volgen van een aanvullende opleiding, toegang moeten
krijgen tot het volledig bevoegde predikantschap.

Bron: IKON