Politieacademie: Veel misvattingen over lonsdale-problematiek



Uit onderzoek van de Politieacademie
blijkt dat er veel misvattingen bestaan over de jongerengroep die
vaak wordt aangeduid als lonsdale-jongeren. Zo is de afgelopen
jaren in de media en in de publieke opinie het beeld ontstaan dat
de jongeren afkomstig zijn uit lagere milieus, crimineel gedrag
vertonen en lid zijn van extreem-rechtse organisaties. Volgens de
onderzoekers van de Politieacademie die de jongerengroep in
Aalsmeer, Venray en Zoetermeer hebben onderzocht, is nuancering
nodig en dient een aantal misvattingen te worden rechtgezet.

Wat wordt aangeduid met lonsdale-jongeren
blijkt in de praktijk een zeer gemêleerde groep jongeren te
zijn. De verbindende factor is hun voorliefde voor de
hardcore-muziek. Het dragen van lonsdale-kleding is geen
onderscheidend kenmerk. De jongeren hebben een hoog arbeidsethos.
Ze werken hard en zullen niet snel een uitkering aanvragen. Van een
problematische gezinssituatie lijkt over het algemeen geen sprake;
er zijn nauwelijks gebroken gezinnen en beide ouders werken. Wel
gebruiken lonsdale-jongeren veel meer alcohol en drugs dan andere
jongeren.

De onderzochte jongeren maken zich niet
meer dan niet-Lonsdalejongeren schuldig aan criminaliteit. Zij
keuren diefstal ten zeerste af. Wel plegen zij meer
geweldsdelicten. Geregeld worden uitdagende of dreigende
opmerkingen gemaakt naar allochtonen. De jongeren hebben negatieve
opvattingen over andere bevolkingsgroepen in Nederland. Het gaat
dan vooral om allochtonen, maar bijvoorbeeld ook om daklozen en
nieuwkomers. In het algemeen hebben zij moeite met iedereen die in
hun ogen hun (Nederlandse) normen niet deelt. Zij vinden dat
misdrijven hard moeten worden bestraft en vinden eigen
geweldgebruik geoorloofd om de orde te herstellen.

De onderzoekers van de Politieacademie
waarschuwen ervoor om lonsdale-jongeren al te snel het etiket
rechtsradicaal op te plakken, omdat het verschijnsel vele vormen
kent en de opvattingen van de jongeren vaak weinig diep lijken te
gaan. Wel zijn sommigen doelbewust uit op afkeurende reacties als
gevolg van het dragen van bepaalde kleding en het gebruik van
rechtsradicale symboliek. Het lijkt dan vooral te gaan om
kick-gedrag en een leeftijdsgebonden fase, die bij een groot deel
van de jongeren vanzelf overgaat. Als aan de lonsdale-jongeren
wordt gevraagd of zij zichzelf als rechts-extreem of -radicaal
zien, volgt vrijwel altijd een ontkennend antwoord. Zij vinden
zichzelf over het algemeen gematigd in hun opvattingen, omdat
'heel Nederland er net zo over denkt'.

De onderzoekers signaleren schroom bij
politie, gemeenten en jongerenwerk om het probleem niet alleen als
een veiligheidsprobleem te benaderen en het ook te zien als een
verschijnsel van radicalisering en polarisering. Door het
lonsdale-vraagstuk alleen te zien als overlast- en
criminaliteitsprobleem bestaat het gevaar van bagatellisering, maar
door het per definitie te beschouwen als probleem van
rechtsradicalisme ligt overschatting eveneens op de loer. Volgens
de onderzoekers is expertiseopbouw hard nodig om de problematiek op
juiste waarde te kunnen schatten en feit en fictie van elkaar te
kunnen scheiden.

In totaal zijn er 127 lonsdale-jongeren
uitvoerig onderzocht met vragenlijsten en zijn er interviews met
hen gehouden. Op verschillende onderdelen zijn er vergelijkingen
gemaakt met niet-lonsdale-jongeren. Verder zijn er ruim 40
sleutelinformanten in de gemeenten geïnterviewd. Het onderzoek
is uitgevoerd onder leiding van dr. mr A.Ph. van Wijk.

bron:Politieacademie



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: