De ministers Remkes (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en Hirsch Ballin (Justitie) en de voorzitter van het  korpsbeheerdersberaad Cohen hebben maandag de prestatieafspraken voor de politie voor 2007 getekend. In vergelijking met de
prestatieafspraken van vier jaar geleden is de aandacht verschoven van kwantiteit naar kwaliteit. Zo is er meer aandacht voor overlast, de kwaliteit van de opsporing, de gebiedsgebonden politiezorg en de kwaliteit van de politieorganisatie. Ook zijn er afspraken gemaakt over het in kaart brengen van vormen van zware en georganiseerde criminaliteit en over het vreemdelingentoezicht.

Het akkoord geldt voor een periode van één jaar, met een optie voor nog een  jaar. De afspraken zullen nu vertaald worden naar regionale convenanten en convenanten voor het KLPD en voor de Politieacademie. Met de prestatieafspraken zijn de afgelopen jaren aansprekende resultaten geboekt. De huidige afspraken lopen eind dit jaar af. De betrokken partijen hebben het werken met prestatieafspraken als prettig ervaren.

Er zijn concrete afspraken gemaakt over ondermeer het aantal aan het Openbaar Ministerie aangeboden zaken met een bekende dader, het verbeteren van de kwaliteit van de opsporing en informatie over zware of georganiseerde criminaliteit. Ook zijn er afspraken gemaakt over de mening van het publiek over de beschikbaarheid van en tevredenheid over de politie, over gebiedsgebonden politiewerk (wijkagenten) en over de aanpak van notoire overlastplegers.
Een aantal afspraken is aan te merken als prestatieafspraken waarvoor de korpsen extra geld kunnen krijgen als zij de afgesproken doelen ook echt halen. De resultaatafspraken gaan over een aantal meetbare factoren: 40.000 extra zaken die door de politie aan het OM worden aangeboden, doorlooptijden van veelplegers (binnen 30 dagen na eerste verhoor doorgeleiding aan OM), bijna 12.000 inbewaringstellingen om de identiteit vast te stellen van volwassen vreemdelingen in het kader van het vreemdelingentoezicht, telefonische bereikbaarheid en het oordeel van het publiek.

De politie gaat meer gebruik maken van 'benchmarken', zodat - door onderlinge vergelijking van de aanpak door verschillende korpsen - korpsen van elkaar kunnen leren. De korpsen zullen een lijst opstellen van notoire overlastplegers en inzichtelijk maken welke overlastgevende groepen er in hun regio zijn. Ieder korps deelt die informatie vervolgens met andere organisaties in de veiligheidsketen. Hierbij wordt ook aangegeven wat die partners met de informatie kunnen doen. In de nieuwe afspraken is niets opgenomen over het aantal processen verbaal dat de politie moet uitschrijven. De eerdere afspraken over boetes - het ging daarbij om boetes na staande houdingen en nadrukkelijk niet om flitsboetes - werden ruimschoots gehaald. Nieuwe afspraken zijn daarom niet nodig. Uiteraard blijft de politie wel processen verbaal uitschrijven bij overtredingen.

bron:BZK