Een inburgeringsplicht kan volgens de Raad van State worden opgelegd aan vreemdelingen van buiten de EU en de EER. De raad vindt deze plicht voor genaturaliseerde Nederlanders in strijd met het gelijkheidsbeginsel.  Dit blijkt uit een brief van minister Verdonk (Vreemdelingenbeleid en Integratie), waarmee de ministerraad heeft ingestemd.

 

Inburgeringsplicht
De inburgeringsplicht geldt voor alle nieuw- en oudkomers van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland mogen verblijven. In het wetsvoorstel geldt de plicht ook voor drie groepen genaturaliseerde Nederlanders: uitkeringsgerechtigden, verzorgende ouders en geestelijke bedienaren.

Gelijkheidsbeginsel
Maar de Raad van State vindt een inburgeringsplicht voor genaturaliseerde Nederlanders in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Volgens de raad kan de inburgeringsplicht worden opgelegd aan vreemdelingen die afkomstig zijn uit landen buiten de Europese Unie en de EER.

Aanvullende maatregelen
Het kabinet neemt de conclusie van de raad over. Wel bereidt het kabinet aanvullende maatregelen voor om inburgeringsachterstanden bij die groepen te verminderen. Hierbij wordt rekening gehouden met het advies van de raad.

Volgens het kabinet zijn aanvullende maatregelen nodig omdat veel mensen nog steeds niet voldoende taalvaardigheden hebben en kennis van de Nederlandse samenleving.

De brief van Verdonk en het advies van de Raad van State worden naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.

Bron: RVD