Het aantal levenslang gestraften in de
Nederlandse gevangenissen neemt sterk toe. De tenuitvoerlegging van
deze zwaarste sanctie binnen het Nederlands strafrecht vraagt om
bijzondere aandacht, zowel in de wetgeving als in de concrete
detentiesituatie. De Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming doet hiervoor in een advies van 1 december een
aantal aanbevelingen aan de minister van Justitie.

In Nederland wordt levenslang letterlijk
opgevat als detentie 'tot de dood erop volgt', en dat is
uitzonderlijk in Europa. In de meeste Europese landen toetst de
rechter na ongeveer vijftien of twintig jaar of de detentie nog
langer moet duren. Nederland kende tot voor een aantal jaren een
actief gratiebeleid, dat uitging van de opvatting dat ook plegers
van zeer ernstige delicten in principe een kans moeten hebben op
terugkeer in de samenleving. Aan een dergelijk gratiebeleid wordt
op dit moment nauwelijks nog invulling gegeven. Daardoor is
levenslang ook altijd echt levenslang. Dat strijdt met
internationale verdragen en de Europese strafrechtpraktijk. De Raad
beveelt daarom aan een periodieke toetsing op delictgevaarlijkheid
in te voeren na vijftien jaar detentie. Afhankelijk van de uitslag
van de toets kan worden besloten om de gedetineerde over te
plaatsen naar een minder beveiligd regime of om de straf 'op jaren
te stellen'.

Ook de invulling van de levenslange
detentie is voor verbetering vatbaar. Een speciaal regime voor
levenslang en zeer langgestrafte gedetineerden is er niet. De Raad
beveelt aan om de mate van beveiliging, de zorg en de activiteiten
beter af te stemmen op de kenmerken van de individuele
gedetineerde. Het leefklimaat in de inrichtingen voor
terbeschikkingstelling kan hierbij als voorbeeld worden genomen. De
Raad meent dat uitvoering van deze aanbevelingen de levenslange
detentie minder

perspectiefloos zal maken.

bron:MinJus