De rechtbank Breda schorst de vervolging tegen een 61-jarige man uit Tilburg, die ervan werd verdacht het lijk van een sinds 2001 vermiste plaatsgenoot te hebben verborgen. Volgens de rechtbank is de man zodanig beperkt in zijn geestvermogens, dat hij onvoldoende in staat is om de betekenis van de tegen hem ingestelde strafvervolging te begrijpen. In zo'n geval schrijft de wet voor dat de vervolging wordt geschorst.

De rechtbank heeft de verdachte laten onderzoeken door een neuropsycholoog en een neuroloog. Deze zijn tot de conclusie gekomen dat er bij de man sprake is van een ernstige stoornis van de geestvermogens, als gevolg van twee hersenbloedingen in 2004. De man woont sindsdien permanent in een verpleegtehuis.

Schorsing betekent dat de vervolging weer wordt hervat zodra de verdachte voldoende is hersteld. Omdat de verdachte en zijn familie emotioneel gebukt gaan onder de mogelijkheid van verdere vervolging, heeft de raadsman van de verdachte de rechtbank verzocht om definitieve beëindiging van de strafzaak. De rechtbank is van oordeel dat dit verzoek - vooral voor de familie van de verdachte - redelijk is. Omdat duidelijk is dat de verdachte niet meer (voldoende) zal herstellen van zijn stoornis, staat volgens de rechtbank vast dat de strafzaak niet meer kan worden hervat. De rechtbank verklaart de zaak dan ook voor geëindigd.

Bron: Rechtbank Breda