De voorzieningenrechter van de
vreemdelingenkamer van de rechtbank 's-Gravenhage,
nevenzittingsplaats Zwolle, heeft bij uitspraak van 11 december
2006 bepaald dat de uitzetting van een uitgeprocedeerde asielzoeker
voorlopig achterwege moet blijven. De man, die op 12 december 2006
zou worden uitgezet, had zich op het standpunt gesteld dat hij viel
onder de groep uitgeprocedeerde asielzoekers die wordt genoemd in
de motie Bos c.s van 30 november 2006 en die, volgens de motie,
niet zouden moeten worden uitgezet in afwachting van de definitieve
behandeling van de gewenste pardonregeling door de Tweede
Kamer.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en
Integratie vond echter niet dat de man tot de groep behoorde ten
aanzien waarvan uitzetting voorlopig achterwege moest blijven,
omdat hij niet in de opvang verbleef en definitief buiten beeld was
geraakt.

De rechter heeft geoordeeld dat niet is
uitgesloten dat de man onder de reikwijdte van de motie valt.
Weliswaar heeft de Minister aangegeven dat aan de motie niet
volledig uitvoering zal worden gegeven, echter daarover zal op 12
december 2006 in de Tweede Kamer worden gedebatteerd. De rechter is
daarom van oordeel dat het belang van de man om de uitkomst van dat
debat af te wachten zwaarder weegt dan het belang van de Minister
om de vreemdeling man op de dag van het debat uit te zetten.

Bron: Rechtbank Zwolle-Lelystad