De wrakingskamer van de rechtbank Utrecht
heeft een verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) om twee rechters
in een omvangrijke drugszaak te vervangen afgewezen. Het OM gaf
vorige week aan geen vertrouwen meer te hebben in de onbevangenheid
van de twee rechters.

De rechtbank verving eerder
één van de drie rechters die deze drugszaak
behandelden, omdat was gebleken dat deze rechter als
(plaatsvervangend) rechter-commissaris een tweetal in de strafzaken
afgegeven machtigingen voor akkoord had getekend.

Het gevolg hiervan is dat een groot deel
van het onderzoek nietig is en een aantal beslissingen in deze
strafzaak opnieuw genomen moeten worden. Het OM liet bij monde van
de officier dat de twee rechters in kwestie zich daarbij laten
leiden door eerder genomen beslissingen.

Het feit dat het onderzoek waaraan de
beide rechters hebben deelgenomen nietig is, brengt naar het
oordeel van de rechtbank niet mee dat als uitgangspunt heeft te
gelden dat een geheel nieuw samengestelde rechtbank de zaak moet
gaan behandelen.

De betrokkenheid van de rechters die deel
uitmaakten van de strafkamer die de zaken tot nu toe behandelde
betekent in het licht van de in de jurisprudentie ontwikkelde
criteria niet, dat niet van hun onpartijdigheid kan worden
uitgegaan. Daarbij is van belang dat de strafkamer tot nu toe niet
tot een inhoudelijk oordeel met betrekking tot de tenlastelegging
is gekomen.

Het OM moet toegegeven worden dat de vraag
naar de (on)partijdigheid van de rechters bij de behandeling van de
zaken, en in het bijzonder bij de beslissing op verzoeken die
eerder hebben voorgelegden, steeds opnieuw aan de orde kan komen,
waarbij dan, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval
dient te worden beoordeeld in hoeverre de vrees gerechtvaardigd is
dat de beide rechters vooringenomen zijn.

bron:Rechtbank Utrecht