Groot Brittannië beleefde de natste
zomerperiode sinds het begin van de neerslagmetingen in 1766 .
Vooral England en Wales waren nat. Waarschijnlijk is hier tussen 1
mei en 23 juli al 387 mm gevallen. Dat is een nieuw record en ruim
twee keer het gemiddelde. In 1789 leverde dit tijdvak 349 mm op.
Vooral op 25 juni en 20 juli regende het hard met op deze dagen
lokaal 103 en 120 mm in 24 uur.

Nat klimaat

De Britse eilanden zijn berucht om de
regen, maar dat geldt niet voor het hele land. Zo valt er in
Endinburgh jaarlijks 668 mm, dat is 100 mm minder dan onze jaarsom.
Sommige plaatsen in Schotland krijgen niet meer dan 600 mm in een
jaar. Het droogst is St. Osyth (Essex) met een jaarsom van 513 mm.
Nat is het vooral in de bergen in het westen, zeker in het najaar.
Maandhoeveelheden van 200 tot 300 mm zijn geen uitzondering. Het
record is 1435 mm in oktober 1909 in llyn Llydaw (Snowdonia).
Styhead in het Lake district is de natste plaats met gemiddeld 4306
mm in een jaar. Het record staat op naam van Sprinkling Tarn met
6527 mm in 1954.

Klimaatverandering

De overvloedige regen van de laatste jaren
past in het beeld van een warmer klimaat. Vooral de laatste
decennia is het natter geworden, ook in ons land. De toename hangt
samen met het warmere klimaat: op gematigde breedten is de
temperatuur vooral in de winter flink gestegen. Een warmere
atmosfeer kan meer vocht bevatten en leidt tot meer neerslag.
Onderzoek levert steeds meer aanwijzingen dat de opwarming, vooral
(circa 3% meer neerslag per graad warmer) in de laatste tientallen
jaren, mede te wijten is aan menselijke invloed.

Inmiddels zijn er ook aanwijzigingen over
menselijke invloed op het neerslagklimaat in de afgelopen honderd
jaar. Het gaat echter te ver om een enkel nat seizoen, zoals het
Verenigd Koninkrijk nu beleeft zonder meer toe te schrijven aan het
versterkte broeikaseffect. Ook gaat het te ver om een enkel nat
seizoen, zoals Engeland nu beleeft zonder meer toe te schrijven aan
het versterkte broeikaseffect. Door de eeuwen heen waren er altijd
al gevallen van extreme neerslag, ook toen van menselijke invloed
nog geen sprake was. Het broeikaseffect verklaart geen individuele
gevallen, maar wellicht wel het feit dat extreme neerslag
tegenwoordig vaker voorkomt.

Bij het onder menselijke invloed steeds
warmer wordende klimaat, waarmee we in de 21e eeuw te maken zullen
krijgen, hoort ook een verdere toename van de hoeveelheid neerslag,
waarschijnlijk vooral ook in de vorm van zwaardere buien.
Uitzonderlijke regenval, met alle gevolgen vandien, zou dus een
voorproefje kunnen zijn van wat we zonder maatregelen tegen de
uitstoot van broeikasgassen steeds vaker zullen meemaken.

bron:KNMI