Buitenlandse artsen die in Nederland een opleiding volgen tot specialist en wetenschappelijk onderzoekers kunnen vanaf 1 november 2006 gemakkelijker in Nederland aan het werk. Daarnaast wordt het voor niet-Europese studenten eenvoudiger om stage te lopen
in Nederland. Werkgevers hoeven voor deze groepen geen tewerkstellingsvergunning meer aan te vragen. Het kabinet heeft daar op voorstel van staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mee ingestemd. Het versoepelen van de toelating is bedoeld om de Nederlandse kenniseconomie te versterken en het groeiende tekort aan hoogopgeleide werknemers aan te vullen.

Werkgevers moeten normaal gesproken een tewerkstellingsvergunning aanvragen als ze een werknemer willen aannemen die niet afkomstig is uit de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein. De Centrale Organisatie Werk en Inkomen, die de vergunningen afgeeft, controleert dan eerst of de werkgever genoeg moeite heeft gedaan om een werknemer uit de EU aan te trekken. Dit moet verdringing van Nederlandse werknemers en werknemers uit de
EU-landen voorkomen.

Om buitenlandse artsen in opleiding tot specialist (bijvoorbeeld huisarts, verpleeghuisarts sociaal geneeskundige of arts voor verstandelijk gehandicapten)
gemakkelijker toe te laten op de arbeidsmarkt, vallen ze voortaan onder de reeds bestaande Kennismigrantenregeling. Deze regeling behelst dat hoogopgeleide vreemdelingen via een snelle procedure bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst voor vijf jaar in Nederland kunnen werken. Werkgevers hoeven voor hen geen tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Kennismigranten onder de dertig moeten minimaal 33.363 euro bruto per jaar verdienen en als ze ouder zijn, moet hun salaris hoger zijn dan 45.495 euro. Dit looncriterium vervalt voortaan voor universitair docenten en postdocs.

Voor (niet-Europese) studenten die aan een Nederlandse onderwijsinstelling studeren wordt het gemakkelijker om de voor hun studie noodzakelijke stage te lopen. Nu hebben ze vaak problemen met het vinden van een stageplek omdat werkgevers voor hen een tewerkstellingsvergunning moeten aanvragen. Dat kost tijd en levert administratieve rompslomp op. Door de vergunningplicht af te schaffen komt daar een einde aan.

De Tweede Kamer heeft eind vorig jaar aan het kabinet gevraagd om het voor werkgevers makkelijker te maken mensen uit een van de bovengenoemde groepen aan te nemen. Daarvoor is een wijziging van het Besluit Uitvoering Wet Arbeid Vreemdelingen nodig.

bron:RVD