Rentestap ECB en de invloed op de kapitaalmarktrente



De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft de rentetarieven op 1 december 2005 verhoogd met 0,25 procent. Niet eerder heeft een rentewijziging door de ECB zo lang op zich laten wachten. De laatste rentewijziging dateert alweer van 6 juni 2003. In het verleden hebben rentestappen door de ECB op het moment van doorvoeren weinig gevolgen gehad voor de Nederlandse kapitaalmarktrentes. Het CBS is nagegaan wat de gevolgen zijn van dit besluit.

Rentestap ECB moet prijsstabiliteit handhaven
De rentetarieven op de geldmarkt, waaronder de reporente, vormen het belangrijkste instrument van de ECB om prijsstabiliteit in de eurozone te handhaven. De geldmarkt is de markt van kortlopende kredieten. Volgens de ECB heerst er prijsstabiliteit als de inflatie in de buurt van de 2 procent ligt.

In 2000 heeft de ECB haar rentetarieven diverse keren verhoogd in verband met inflatoire spanningen. De stijging van de olieprijzen en de depreciatie van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar hadden toen een verhogend effect op het prijsniveau in Europa. In 2001 heeft de ECB haar rentetarieven echter snel verlaagd in verband met ontwikkelingen binnen de wereldeconomie en na de aanslagen van 11 september. Met de huidige rentestap reageert de ECB op de iets opgelopen inflatie en de vrees voor het verder oplopen van de inflatie nu ook de economie in het eurogebied aantrekt. 

Europese inflatie loopt op in 2005
De inflatie in de eurozone is toegenomen in de loop van 2005. In de eerste acht maanden van 2005 lag de inflatie in de eurozone gemiddeld iets boven de 2 procent. In september, oktober en november kwam de inflatie uit op respectievelijk 2,6, 2,5 en 2,4 procent. De inflatie bereikte daarmee het hoogste niveau sinds de laatste rentewijziging van juni 2003.

Kapitaalmarktrente niet gevoelig voor rentestap ECB op tijdstip van doorvoering
Een rentewijziging door de ECB heeft op het tijdstip van doorvoering meestal geen gevolgen meer voor de rentes op de markt van kredieten met lange of middellange looptijd. Deze markt wordt de kapitaalmarkt genoemd. Het blijkt dat ECB-rentewijzigingen in de maand erop vrijwel even vaak tot een tegengestelde beweging van de kapitaalmarktrente leiden als tot een verandering in dezelfde richting. Dit geldt voor zowel de kapitaalmarktrente in Nederland als in de eurozone. Het rendement op 10-jaarsstaatsobligaties wordt vaak als maat gebruikt voor de ontwikkeling van de kapitaalmarktrente.

Ook hypotheektarieven wijzigen doorgaans niet door ECB-rentestap
De ontwikkeling van de kapitaalmarktrente wordt nauwlettend gevolgd door de hypotheekverstrekkers. Een sterke verandering van de kapitaalmarktrente leidt doorgaans tot een snelle aanpassing van de hypotheektarieven door de kredietverstrekkers. Het verloop van de hoogste en laagste aanbodtarieven van de verschillende hypothecaire kredietverstrekkers laat dan ook een sterke samenloop zien met de ontwikkeling van de kapitaalmarktrente.

Rentewijzigingen door de ECB hebben op het tijdstip van doorvoering nauwelijks effect meer op de hypotheekrente. Dit blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd over de periode 1999-2003, op basis van onder andere de inmiddels stopgezette statistiek van actuele hypotheekaanbodtarieven. Dit is tevens terug te zien in de ontwikkeling van de hypotheekrente in de eerstvolgende maand na de aanpassing van ECB-rentetarieven. ECB-rentestappen leidden net zo vaak tot een aanpassing van de hypotheekrente in dezelfde richting als in omgekeerde richting. Nog vaker echter bleef de hypotheekrente ongewijzigd in de maand na een ECB-rentestap.

Renteverschillen eurolanden sinds 1999 gering
Sinds de introductie van de euro op de financiële markten in januari 1999 verschillen de kapitaalmarktrentes in de verschillende eurolanden nauwelijks. In de voorafgaande periode waren de kapitaalmarktrentes sterk geconvergeerd. De kleine renteverschillen die op dit moment nog zichtbaar zijn binnen de eurozone worden onder andere veroorzaakt door de verhandelbaarheid van de obligaties, kredietwaardigheid van de geldleners en de voorwaarden waaronder leningen worden verstrekt.

De rentetarieven binnen de eurozone zijn het hoogst in Italië en Griekenland. De rente in deze landen lag de afgelopen jaren 0,1 tot 0,3 procentpunt boven het gewogen gemiddelde van de eurozone. (De weging is voor 1999 gebaseerd op het BBP en vanaf 1999 op de nominale voorraden van 10-jaarsstaatsobligaties van de eurolanden). Vóór januari 1999 waren de tarieven in beide landen nog aanzienlijk hoger dan in andere landen van de eurozone. In de afgelopen periode waren de rentepercentages het laagst in Duitsland, Finland, Ierland en Nederland.

Gelijke ontwikkeling internationale kapitaalmarktrentes
De internationale kapitaalmarkten beïnvloeden elkaar continu. Er vinden voortdurend verschuivingen van beleggingen of investeringen plaats naar landen met gunstige economische vooruitzichten. Deze zogeheten internationale kapitaalbeweging zorgt ervoor dat de ontwikkeling van de kapitaalmarktrentes in de verschillende landen ongeveer gelijk loopt. Er zijn wel verschillen in de niveaus van de rentetarieven. Mogelijke oorzaken voor de niveauverschillen zijn de valutakoers- en inflatieverwachtingen en de kredietwaardigheid van banken in de betreffende landen. Zo heeft Japan al jarenlang een lagere kapitaalmarktrente dan de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de eurozone.

bron:CBS 



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: