Bij de Tweede Kamerverkiezingen op 22
november mogen ruim 10 miljoen van de in totaal 12 miljoen
kiesgerechtigden in Nederland, stemmen in een stemlokaal naar keuze
binnen de eigen gemeente. Dit kan met een zogenoemde stempas.

In de 311 deelnemende gemeenten, waaronder
Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, zullen kiezers hun stem
uitbrengen met een stempas in plaats van een oproepingskaart. Bij
de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006 hebben 239 gemeenten
deelgenomen aan het experiment. Uit de evaluatie is toen gebleken
dat ruim één miljoen kiezers van de mogelijkheid
gebruik heeft gemaakt om in een ander stemlokaal te gaan
stemmen.

Doordat kiezers de mogelijkheid hebben om
in elk stembureau binnen de eigen gemeente te stemmen, kunnen
gemeenten die aan het experiment meedoen, mobiele of extra
stemlokalen openen. Dit kan op plaatsen waar veel mensen komen
zoals stations, scholen, bejaardentehuizen of winkelcentra.
Hierdoor kan de kiezer op weg naar bijvoorbeeld zijn werk,
eenvoudig en snel zijn stem uitbrengen. De kiezer dient er wel
rekening mee te houden dat hij zonder stempas zijn stem niet kan
uitbrengen. Kiezers die geen stempas (meer) hebben, dienen tijdig
een vervangende stempas aan te vragen bij hun gemeente. Per
gemeente kan deze termijn verschillen. Vijf dagen is de termijn die
voorvloeit uit de regelgeving. Gemeenten kunnen echter zelf
besluiten om tot en met 21 november vervangende stempassen te
verstrekken.

bron: BZK