Veel mensen met een mbo-opleiding werken onder hun niveau en buiten het eigen vakgebied. Bovendien is bij bepaalde opleidingsrichtingen de werkloosheid onder mbo-ers opvallend hoog. Dit betreft met name mbo-ers met een economisch-administratieve opleiding. Verder valt op dat vooral mensen die blijven steken in de lagere niveaus van het middelbaar beroepsonderwijs vaak problemen hebben op de arbeidsmarkt. De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) constateert dit in een vandaag verschenen analyse van de positie van mbo-ers op de arbeidsmarkt. De RWI spreekt van een onderbenutting van arbeidspotentieel, vooral ook omdat de mbo-ers de grootste opleidingscategorie op de arbeidsmarkt vormen. Daar staat tegenover dat in sommige mbo-opleidingsrichtingen, zoals de zorg en techniek, vooral op de hogere niveaus knelpunten in de personeelsvoorziening ontstaan.

Er zijn in Nederland ongeveer 3,3 miljoen mensen tussen de 15 en 65 jaar met een middelbare beroepsopleiding. Bijna driekwart daarvan is aan het werk. Hoewel de mbo-ers hiermee de grootste groep op de arbeidsmarkt vormen, constateert de RWI dat er beleidsmatig vaak aan hen wordt voorbijgegaan. De aandacht gaat nu vooral uit naar de problematiek van de tekorten aan de bovenkant en de overschotten aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De scheidslijn tussen de deelmarkten met overschotten en de deelmarkten met tekorten loopt echter dwars door het mbo heen. Uit de RWI-analyse blijkt dat werkloosheid onder mbo-ers vooral voorkomt bij mensen met een economisch/administratieve opleiding. Bij de overheid, het onderwijs, de verzekeringswereld en de banken verdwijnen veel administratieve functies. In sectoren als zorg en techniek is de vraag naar mbo-ers wel groot. Maar voor alle sectoren geldt dat er
vooral behoefte is aan personeel dat het middelbaar beroepsonderwijs op het hoogste niveau (mbo-4) heeft afgerond. Meer dan een kwart van de mbo-ers heeft een baan onder het eigen niveau. Ook werken er veel economisch/administratief afgestudeerden buiten het eigen vakgebied, bijvoorbeeld in
lagere functies in de horeca. Afgezien van de onderbenutting van het arbeidspotentieel betekent dit ook een verdringing van mensen met een lagere opleiding richting werkloosheid. Oplossingen ziet de RWI in het stimuleren van doorstroom naar hogere mbo-niveaus en van mbo naar hbo. Daarnaast is het van belang dat er bij studie- en beroepskeuzevoorlichting meer rekening wordt gehouden met de perspectieven op de arbeidsmarkt.

De Raad voor Werk en Inkomen is het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en gemeenten. De RWI doet voorstellen aan de regering over het brede terrein van werk en inkomen. Doel van deze voorstellen is een goed functionerende arbeidsmarkt te bevorderen. Het vergroten van de transparantie van en het verbeteren van de kwaliteit op de reïntegratiemarkt behoort eveneens tot de kerntaken van de RWI.

bron:RWI