Minister Van der Hoeven en staatssecretaris Bruins leggen sancties op als scholen aan het einde van het schooljaar 2006-2007 het verplichte minimum aantal uren (de zogeheten onderwijstijd) niet halen. Het middelbaar beroepsonderwijs moet bij voltijdse opleiding minimaal 850 uren (lessen, stages en begeleiding) per jaar geven en in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs minstens 1040 uur. Dit schrijven minister Van der Hoeven en staatssecretaris Bruins in een brief die vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd.

 

Uit onderzoeken blijkt dat het middelbaar beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs bij het maken van roosters onvoldoende rekening houden met erkende feestdagen, vergaderingen onder schooltijd, studiedagen, toetsweken. Dit is een belangrijke oorzaak waarom de instellingen de urennorm niet halen. In het middelbaar beroepsonderwijs haalt 28 procent van de opleidingen de norm in één of meer van de leerjaren niet. In het voortgezet onderwijs programmeert 50 procent van de scholen aan het begin van het schooljaar te weinig uren. Aan het einde van het jaar halen door lesuitval weinig scholen de norm. De bewindslieden vinden dit zorgwekkend. De eerste jaren van een opleiding zijn belangrijk, leerlingen zijn nieuw en juist die leerlingen hebben begeleiding nodig. Dit voorkomt ook voortijdig schooluitval.

De scholen moeten dit schooljaar gaan voldoen aan de wettelijke uren. De Onderwijsinspectie gaat in het toezicht hier extra opletten en zal ook onaangekondigd
onderzoek doen of de instellingen zich houden aan de wettelijke ondergrens voor de onderwijstijd. Mocht een school de urennorm niet halen, dan kan één van de volgende sancties worden opgelegd: het inhouden van de bekostiging, het geheel of gedeeltelijk opschorten van de bekostiging, het terugvorderen van bekostiging of het intrekken van de licenties.

bron:OCW