Selecteer een pagina

De Wajong, de uitkeringsregeling voor
jonggehandicapten, stimuleert te weinig om een passende vorm van
werk te zoeken, variërend van arbeidsmatige dagbesteding tot
werken bij een reguliere werkgever en van werken als zelfstandige
tot werken als vrijwilliger. Terwijl juist veel mensen die van
jongs af aan een functiebeperking hebben aan het werk kunnen. Ze
staan nu te veel buiten het arbeidsproces en daardoor
maatschappelijk aan de kant.

De overheid, het onderwijs, werkgevers en
werknemers hebben hierbij een belangrijke rol. Maatwerk is daarbij
het sleutelwoord. Ook het opruimen van institutionele belemmeringen
is nodig. School en werk moeten naadloos op elkaar aansluiten. De
Wajong moet blijven voorzien in een inkomen, maar daarnaast een
meer activerende functie krijgen.

Dat is de boodschap van een ontwerpadvies
dat de SER op vrijdag 24 augustus a.s. in zijn openbare
raadsvergadering zal vaststellen.

Maatschappelijk probleem

Het is zorgelijk dat een grote groep
mensen met een functiebeperking geen werk heeft, aldus het
ontwerpadvies. Het gaat om personen die al van jongs af aan een
lichamelijke, verstandelijke of psychische handicap hebben. Het is
nodig dat deze mensen kunnen meedoen in de samenleving. Dat geeft
structuur aan het leven en levert inkomen en sociale contacten op.
Daarbij moeten niet de beperkingen van deze mensen centraal staan,
maar hun talenten.

De groep jongeren met een functiebeperking
groeit sterk en voor veel van hen dreigt duurzame werkloosheid.
Waar nu ongeveer 150.000 jonggehandicapten een Wajong-uitkering
ontvangen, is de verwachting dat dit aantal oploopt tot ongeveer
300.000 in 2040. Nu heeft 26 procent van de Wajongers werk.
Betrokken organisaties en Wajongers zelf gaan ervan uit dat voor
veel meer van hen passend werk mogelijk en gewenst is. De
aantrekkende arbeidsmarkt kan daarbij helpen.

Maatwerk en minder belemmeringen

Met maatwerk is voor veel mensen met een
functiebeperking een passende plaats op de arbeidsmarkt te vinden.
Ieder individu met beperkingen heeft andere grenzen en kan andere
talenten inzetten. Het ontwerpadvies bevat een ‘waaier’
aan mogelijkheden voor werk. Deze variëren van arbeidsmatige
dagbesteding tot werken bij een reguliere werkgever en van werken
als zelfstandige tot werken als vrijwilliger. Om voor iedereen een
passende plaats te vinden moeten het voortgezet onderwijs en
beroepsonderwijs jongeren met een beperking al heel vroeg en meer
dan tot nu toe voorbereiden op werk. Dat betekent bijvoorbeeld: een
individueel opleidingsplan, beroepskeuzevoorlichting, assessments,
specifieke trainingen en stages. Dat vraagt om extra inspanningen
van het onderwijs en extra investeringen van de overheid.
Regelingen van verschillende ministeries moeten daarbij zo worden
ingericht dat ze tezamen een vloeiende overgang naar werk
ondersteunen. Bovendien zouden de regelingen meer moeten activeren,
aldus het ontwerpadvies.

Voor een ‘match’ tussen een
jongere met een beperking en een passende baan is persoonlijk
contact met de werkgever van groot belang. Van werkgevers wordt
daarbij flexibiliteit gevraagd en bereidheid tot aanpassingen,
bijvoorbeeld in arbeidstijden, arbeidsomvang en functie-inhoud. De
overheid moet werkgevers in de meerkosten die zij daarvoor maken,
zoveel mogelijk tegemoet komen. Werknemers kunnen een bijdrage
leveren door mensen met een functiebeperking in hun midden op te
nemen en te ondersteunen.

Dat alles kan er voor zorgen dat veel meer
jongeren dan nu ook aan betaalde arbeid kunnen meedoen.

Procedure

Op dit moment wordt het ontwerpadvies
besproken in de achterbannen van de centrale werkgevers- en
werknemersorganisaties en bij een aantal maatschappelijke
organisaties die bij de (participatie van) jonggehandicapten zijn
betrokken.

Het ontwerpadvies is opgesteld door een
werkgroep van de SER onder voorzitterschap van Hans Kamps,
plaatsvervangend kroonlid van de SER. Het is een reactie op een
adviesaanvraag van 31 oktober 2006 van de minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid. Hij vroeg de SER hoe de deelname van
Wajongers aan arbeid vergroot kan worden.

bron:SER