Slager en groenteboer verdwijnen in rap tempo uit straatbeeld



In de periode 1994-2004 is het aantal groentewinkels en slagerijen bijna gehalveerd. Groenten en vlees worden steeds vaker in de supermarkt gekocht.

Het aantal groentewinkels is tussen 1994 en 2004 nagenoeg gehalveerd. Waren er op 1 januari 1994 nog 3 070 groentedetaillisten, tien jaar later is dat aantal tot 1 625 gezakt.

In de provincies Zeeland en Limburg bleef het verlies beperkt tot een derde. In Flevoland daalde het aantal groentewinkels nog minder, wat niet zo vreemd is als we de bevolkingsaanwas in de jongste provincie in ogenschouw nemen. Tussen 1994 en 2004 bedroeg die ongeveer 40 procent, terwijl die voor heel Nederland 6 procent was.

Niet alleen de groenteboer verdwijnt snel uit het Nederlandse straatbeeld, ook het aantal slagerijen vermindert zienderogen. Op 1 januari van vorig jaar waren er nog 2 960 slagerijen, tegen 5 345 tien jaar geleden. Hiermee verminderde het aantal slagerijen met 45 procent.

Deze sterke terugloop voltrok zich in nagenoeg alle provincies in dezelfde orde van grootte, al spande Groningen de kroon met een reductie van precies de helft. Slechts in Drenthe bleef de terugloop met 31 procent enigszins beperkt.

In een (hypothetische) doorsneestad van 100 duizend inwoners zaten in 1994 nog ruim 35 slagerijen en 20 groentewinkels. In 2004 waren die aantallen gedaald tot achttien slagerijen en tien groentewinkels. Andere gespecialiseerde detailwinkels slaagden er in meer of mindere mate beter in hun hoofd boven water te houden.

Zo waren er in zo'n doorsneestad van 100 duizend inwoners in 2004 nog tien van de elf drankenhandels over, nog acht van de dertien tabakswinkels en drie à vier van de vijf kaaswinkels. Van enkele soorten winkels waren er in 2004 zelfs meer dan tien jaar eerder. Het betreft hier detaillisten in reformartikelen en winkels die de nadruk leggen op buitenlandse eetwaar.

bron:CBS



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: