Selecteer een pagina

Er komt een specifieke procedure voor de
toelating van wetenschappelijk onderzoekers uit derde landen. Ze
hebben geen tewerkstellingsvergunning meer nodig om toegang te
krijgen tot de arbeidsmarkt. De ministerraad heeft hiermee
ingestemd op voorstel van staatssecretaris Albayrak (Justitie) en
minister Donner (SZW). Het kabinet voert hiermee een Europese
richtlijn uit.

De specifieke procedure geldt voor
wetenschappers van buiten de EU en de EER (derde landen) met een
passend hoger onderwijsdiploma. Ook moeten zij door een
onderzoeksinstelling zijn geselecteerd om een onderzoeksproject uit
te voeren.

Procedure

Met de introductie van een specifieke
procedure wordt het verrichten van wetenschappelijk onderzoek een
specifiek verblijfsdoel in de Nederlandse wet.

Wetenschappers en hun gezinsleden hoeven
niet meer te beschikken over een tewerkstellingsvergunning om
toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt.

Ook hebben zij geen machtiging tot
voorlopig verblijf (mvv) nodig als zij in een andere Europese
lidstaat een verblijfsvergunning voor hetzelfde doel hebben
gekregen.

Verder zijn zij, net als bijvoorbeeld
kennismigranten, niet inburgeringsplichtig.

Voorwaarden

Erkende onderzoeksinstellingen kunnen een
overeenkomst sluiten met de Immigratie- en Naturalisatiedienst
(IND) voor een versnelde toelatingsprocedure.

Een voorwaarde is dat de instelling en de
onderzoeker een gastovereenkomst sluiten voor het uitvoeren van het
onderzoeksproject. Hierin staat wat het doel en de duur van het
onderzoek is. Ook moet duidelijk zijn dat de onderzoeker over
voldoende middelen van bestaan beschikt en een
ziektekostenverzekering heeft.

De procedure treedt uiterlijk oktober 2007
in werking.

De ontwerpbesluiten worden voor advies aan
de Raad van State gestuurd. De teksten worden openbaar bij
publicatie in het Staatsblad.

Bron:MinJus