Speerpunten aanpak georganiseerde misdaad vastgesteld



De speerpunten in de aanpak van de georganiseerde misdaad zijn
vastgesteld. Bijzondere aandacht krijgen de handel in cocaïne en
heroïne, de productie en handel van XTC, mensenhandel en - smokkel,
illegaal wapenbezit, het bezit van explosieven en terrorisme.
Dit schrijven de ministers Donner (Justitie) en Remkes (Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties) in een vandaag verschenen brief aan de
Tweede Kamer

Half augustus is het Nationaal Dreigingsbeeld  (NDB) van de KLPD
gepubliceerd. Dit geeft een overzicht van een groot aantal
verschijnselen van zware of georganiseerde misdaad. Dat betreft groepen
die primair gericht zijn op illegaal gewin en systematisch misdaden
plegen met ernstige gevolgen voor de samenleving. Traditioneel gezien
is de meeste georganiseerde criminaliteit economisch gemotiveerd. Maar
er kan ook een ideologische drijfveer zijn zoals bij terrorisme. Naast
het NDB heeft het openbaar ministerie de Nota ´De strafrechtelijke
aanpak van georganiseerde misdaad in Nederland 2005-2010' ontwikkeld.
Tevens bestaat er de "Visie Nederlandse politie op aanpak zware of
georganiseerde criminaliteit ´ van de Raad van Hoofdcommissarissen.
Deze documenten  vormen de basis voor de door de ministers
vastgestelde speerpunten.

1. terrorisme
2. de handel in cocaïne en heroïne;
3. de productie van en handel in synthetische drugs;
4. mensenhandel en -smokkel;
5. handel in en gebruik van vuurwapens en explosieven;
6. witwassen

Bij de bestrijding van terrorisme vereist de actuele en algemene
dreiging van terrorisme bijzondere en intensieve aandacht, waaronder de
strafrechtelijke aanpak van terroristische groeperingen. De aanpak van
hard drugs en synthetische drugs verdient aandacht vanwege de ernstige
nationale en internationale gevolgen (in termen van volksgezondheid,
corruptie, verwervingscriminaliteit, economische schade en  een
negatief internationaal imago). Door (seksuele) uitbuiting en
onderdrukking maakt mensenhandel een grote inbreuk op de menselijke
integriteit. In de meeste gevallen gaat het om vrouwen van
niet-Nederlandse herkomst die via smokkelachtige methoden naar
Nederland worden gehaald. Zowel mensenhandel en -smokkel dienen
krachtig te worden aangepakt. Het nationaal dreigingsbeeld benoemt ook
wapensmokkel als een dreiging voor de Nederlandse samenleving voor de
komende jaren. De gewelddadige impact van vuurwapens op de samenleving,
nog versterkt door verbanden die mogelijk worden aangetroffen tussen
handel in vuurwapens en explosieven en terrorisme is de reden om daar
extra aandacht aan te besteden. De drijfveer voor georganiseerde
criminaliteit is in de meeste gevallen financieel gewin. Uit de
passages in het Nationaal Dreigingsbeeld blijkt dat witwassen een
onlosmakelijk onderdeel vormt van de verweving van onder- en
bovenwereld en een bedreiging vormt voor de integriteit van de legale
economie. Witwassen is daarom eveneens als speerpunt aangewezen. Binnen
de hierboven genoemde aandachtsgebieden zullen de ICT-aspecten en het
-internationale-logistieke proces van georganiseerde misdaad 
expliciete invalshoeken vormen in de aanpak. Beide zaken spelen in zeer
veel vormen van georganiseerde criminaliteit een belangrijke rol.

Tegenhouden
De politie heeft het concept tegenhouden geïntroduceerd. De werkwijze
tegenhouden gaat er van uit dat er drempels opgeworpen worden om
criminaliteit te voorkomen door: slim om te gaan met reeds bestaande
opsporingsmiddelen, anderen te wijzen op hun verantwoordelijkheden
(signaleren en adviseren door politie en justitie in de vorm van
´bestuurlijk advies) en het daadwerkelijk voorkomen van criminaliteit.
Tegenhouden gaat niet ten koste van het opsporen van criminelen, maar
is aanvullend aan en vloeit voort uit de opsporingstaak. Er komt een
landelijke voorziening voor bestuurlijke adviezen van politie en OM die
om een landelijke aanpak vragen.

Het Nationaal Dreigingsbeeld reikt tal van criminele verschijnselen aan
die zich lenen voor de strategie van tegenhouden. Het betreft hier
onder andere het gevaar van verwevenheid tussen de onder- en de
bovenwereld zoals in de vastgoed en horeca maar ook in
transportbedrijven, auto- en garagebedrijven, fabrieken en
(groot)handelsondernemingen. De Dienst Bestuurszaken van het Ministerie
van Justitie speelt hierin eveneens een belangrijke rol door te
voorkomen dat rechtspersonen opgericht worden voor het uitvoeren van
criminele activiteiten en door te voorkomen dat bestuursorganen
criminaliteit faciliteren door het afgeven van vergunningen, subsidies
of aanbestedingen.

Intelligence-agenda
Het Nationale Dreigingsbeeld vermeldt ook een aantal verschijnselen
waarover te weinig informatie beschikbaar is om een oordeel te vormen
over aard, omvang, ernst of de waarschijnlijkheid van optreden
(potentiële dreigingen en witte vlekken). Dit gebrek aan informatie
bemoeilijkt het kunnen maken van keuzen of kan een adequate aanpak van
die verschijnselen belemmeren. Om dit probleem op te lossen, zal een
´intelligence-agenda' worden opgesteld. Het gaat om een agenda waarin
vastgelegd is welke intelligence, wanneer, waarover verzameld wordt.
Deze intelligence kan betrekking hebben op het operationele, het
tactische en het strategische niveau. Daarbij moet onderscheid worden
gemaakt tussen de agenda voor enerzijds criminaliteitsanalyses en
anderzijds informatieinwinning en -uitwisseling. De Dienst Nationale
Recherche Informatie (dNRI) van het KLPD speelt hierin een belangrijke
rol, maar ook andere partijen, zoals het openbaar ministerie, zijn
hierin van groot belang. Het openbaar ministerie is gevraagd om samen
met de politie met een voorstel te komen voor een meerjarige
intelligence-agenda op basis de (potentiële) dreigingen en witte
vlekken uit het Nationaal Dreigingsbeeld.

Organisatie
Voor de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit is het
belangrijk dat de verschillende organisaties op een goede en efficiënte
wijze met elkaar samenwerken, afstemmen en informatie delen. De
samenwerking tussen en de (eventuele) overdracht van zaken tussen de
betrokken diensten is van essentieel belang. Het openbaar ministerie
heeft hierin vanuit zijn gezagsrol een leidende en regisserende.

Per 1 januari 2004 is bij het KLPD de dienst Nationale Recherche
opgericht. Met de nationale recherche beschikt Nederland over een
organisatie die de (inter)nationale vormen van zware of georganiseerde
beter kan bestrijden dan voorheen. De gezagslijnen zijn korter, er is
éénduidig beheer en er is sprake van een integrale benadering van de
aanpak van de georganiseerde criminaliteit. Op voordracht van het
Landelijk Parket van het openbaar ministerie is vastgesteld dat de
nationale recherche zich richt op -in principe- alle vormen van
(trans)nationale georganiseerde misdaad. Er wordt extra geïnvesteerd in
landelijk beschikbare informatie, analyse en expertise in de genoemde
speerpunten.

Naast de nationale recherche zijn tevens sinds 1 januari van dit jaar
de zes bovenregionale rechercheteams (BRT's) operationeel. Deze teams
richten zich op vormen van criminaliteit (zoals de genoemde
prioriteiten, bedrijfsinbraken, overvallen, woninginbraken, ramkraken,
voertuigcriminaliteit) die zich manifesteren in meer regio's en niet in
aanmerking komen voor een aanpak door enerzijds een regio en anderzijds
de Nationale recherche.

Tenslotte pakken ook de Bijzonder Opsporingsdiensten, de Koninklijke
Marechaussee en de regio's vormen van georganiseerde misdaad aan.
Rekening houdend met de speerpunten is daarbij uiteraard ruimte voor
lokale accenten.

Nu reeds kan geconstateerd worden dat de nieuwe nationale en
bovenregionale recherchestructuur een positief effect heeft op de
slagkracht van de Nederlandse overheid als het gaat om de bestrijding
van zware of georganiseerde misdaad.  

Bron: Ministerie van Justitie



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: