Selecteer een pagina

Minister Eurlings van Verkeer en
Waterstaat start praktijkproeven met dynamische maximumsnelheden op
drie trajecten. Het gaat om de A58 bij Tilburg (aansluiting Goirle
–knooppunt De Baars), de A12 tussen Gouda en Woerden en de A1
(Bussum- Muiderberg).

Doel van de proeven is het verkrijgen van
meer inzicht in de effecten (veiligheid, doorstroming en milieu) en
de gedragsaspecten van dynamische snelheden. Ook wordt in beeld
gebracht wat de consequenties zijn voor wegbeheer en
netwerkmanagement.

De redenen voor de dynamisering van de
maximumsnelheden op de drie trajecten zijn verschillend. Bij
Tilburg zal een lagere snelheid van kracht zijn bij dreigende
overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen, terwijl op het traject
op de A12 weersomstandigheden en/of grote verkeersdrukte de
aanleiding voor een verlaging van de snelheid zal zijn. Op de A1
gaat het om een traject waar momenteel een 100 km/h limiet geldt,
maar waar soms de omstandigheden een maximumsnelheid van 120 km/h
toelaten, zonder dat dit ten koste gaat van veiligheid of
milieu-aspecten.

De dynamische snelheden worden met
aanduidingen boven de weg (matrixsignaalgevers) of langs de weg
(kantelborden) aan de weggebruikers kenbaar gemaakt. Tijdens de
looptijd van deze projecten wordt goed gelet op eventuele
neveneffecten, bijvoorbeeld dat door een maatregel onnodig file zou
ontstaan. De verkeerscentrale van RWS kan ingrijpen bij
bijzonderheden. Het aan- en uitschakelen van een bepaalde snelheid
geschiedt in principe automatisch. Ten behoeve van dit automatisch
schakelen worden momenteel ‘algoritmes’ ontwikkeld, die
weers- of verkeersomstandigheden vertalen in signalen naar het
systeem dat de maximum snelheid bepaalt.

Volgens planning zal eind van dit jaar
begonnen worden met de installatie van de systemen en kunnen de
drie trajecten begin 2008 worden geopend. Op basis van de
ervaringen kan dan vervolgens worden bepaald in welke gevallen, op
welke wijze en onder welke voorwaarden een dynamische
snelheidslimiet een geschikt instrument is voor toekomstig
netwerkmanagement. Voor mogelijke doorwerking naar andere delen van
het Nederlandse wegennet worden deze trajecten eerst goed
geëvalueerd. De evaluatie is naar verwachting eind 2008
gereed.

bron:VenW