Het Openbaar Ministerie te Amsterdam heeft
besloten de heer M. De Hond te vervolgen voor smaad en/of het
verspreiden van smaadschrift tegen de man die in de Deventer
moordzaak wordt aangeduid als ‘de klusjesman’.

De heer De Hond vraagt sinds enige tijd de
aandacht voor de ‘Deventer moordzaak’. Volgens hem
heeft niet de thans veroordeelde man, maar een ander de moord
gepleegd. Hij wijst ook concreet een ander aan (de klusjesman) als
degene die volgens hem de dader is.

Na afsluiting van de eerste fase van het
oriënterend vooronderzoek in deze zaak, heeft de heer De Hond
op 23 juni 2006 een brief ontvangen van het Openbaar Ministerie.
Onderdeel van deze brief was de waarschuwing personen niet
publiekelijk als dader aan te wijzen.

Uit ontvangen aangiftes en nader onderzoek
is de verdenking ontstaan dat de heer De Hond tussen 01 december
2005 en heden in het openbaar de ‘klusjesman’ als dader
heeft aangewezen. In het kader van het onderzoek heeft het Openbaar
Ministerie de heer De Hond begin november als verdachte gehoord.
Hij heeft te kennen gegeven in het openbaar uitlatingen te hebben
gedaan en daar nog steeds achter te staan.

Naar het oordeel van het Openbaar
Ministerie is op grond van het onderzoek de verdenking
gerechtvaardigd dat de heer De Hond zich schuldig heeft gemaakt aan
smaad. Smaad is een vorm van belediging, waarbij een verdachte
iemand beschuldigt een feit te hebben gepleegd. Op dit feit staat
maximaal zes maanden gevangenisstraf of een geldboete van maximaal
6.700 euro. Wordt de beschuldiging geopenbaard door geschriften of
afbeeldingen, dan kan maximaal 1 jaar gevangenisstraf of een
geldboete van 6.700 euro worden opgelegd.

Aan de heer De Hond is inmiddels een brief
gestuurd waarin hem is medegedeeld dat hij zal worden vervolgd.

Op dit moment is nog niet te zeggen
wanneer de zaak aan de rechtbank zal worden voorgelegd.

bron:Om