De rechtbank Amsterdam heeft op 2 oktober de vrijlating bevolen van een Surinaamse onderdaan zonder geldig paspoort die gevangen werd gehouden om te worden uitgezet. De rechtbank vond dat er geen reëel zicht is op zijn uitzetting naar Suriname. Dan mag de vreemdelingenbewaring niet worden toegepast.

Surinamers worden uitsluitend door de autoriteiten aldaar toegelaten als ze in het bezit zijn van een geldig paspoort of een noodreisdocument, een zogenaamde laissez-passer (LP). De Surinaamse autoriteiten geven alleen een LP af als de vreemdeling persoonlijk op de ambassade is gebracht en daar is herkend als Surinaams onderdaan. Echter, sinds april vinden dergelijke presentaties in persoon niet meer plaats. Er is wel overleg tussen de Nederlandse en Surinaamse autoriteiten, maar veel perspectief op hervatting van de presentaties is er niet. De Surinaamse autoriteiten beraden zich op deze kwestie. De rechtbank vindt dat, nu volstrekt onduidelijk is of en zo ja wanneer de Surinaamse onderdaan weer op zijn ambassade kan worden gepresenteerd, het vereiste zicht op uitzetting ontbreekt.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie kan tegen deze uitspraak in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bron: Rechtbank Amsterdam