Selecteer een pagina

In 2006 is in het kader van de Wet
kinderopvang bijna 845 miljoen euro aan toeslagen voor kinderopvang
uitgekeerd. Dit geld ging naar 234 duizend aanvragers. Dit blijkt
uit berekeningen van het CBS.

Compensatie dekt grootste deel van de
kosten

Het Rijk nam 615 miljoen van de
compensatie voor kosten van kinderopvang voor haar rekening. De
werkgevers waren goed voor 219 miljoen. De resterende 9 miljoen
kwam op het conto van het UWV of de sociale dienst.

De ontvangers hadden een eigen bijdrage
van in totaal 619 miljoen euro. Daarmee bekostigden ze zelf 42
procent van de kosten van kinderopvang en werd 58 procent
gecompenseerd.

Meeste toeslagontvangers zijn
tweeoudergezinnen

Ruim 80 procent van de ontvangers van een
toeslag voor kinderopvang had een partner. Het gemiddelde van hun
opgegeven belastbaar inkomen was 35 duizend euro. Zij ontvingen
gemiddeld 3,4 duizend euro vergoeding voor kinderopvang. Het Rijk
verstrekte gemiddeld 2,1 duizend euro. De rest kwam merendeels voor
rekening van de eigen werkgever of de werkgever van de partner.

Eenoudergezin merendeels gecompenseerd

Eenoudergezinnen werden voor bijna 90
procent gecompenseerd in de kosten voor de kinderopvang. Zij
ontvingen een tegemoetkoming van het rijk van gemiddeld 5 duizend
euro. Eenoudergezinnen ontvingen een hogere toeslag dan
tweeoudergezinnen omdat hun gemiddelde inkomen (23,1 duizend euro)
fors lager lag.

Meeste geld gaat naar dagopvang

Dagopvang, buitenschoolse opvang en opvang
door bevoegde gastoudergezinnen zijn de reguliere vormen van
kinderopvang. De mensen die een tegemoetkoming kregen, waren in
totaal ruim 1 miljard kwijt aan de dagopvang. De kosten voor de
buitenschoolse opvang en de opvang in gastoudergezinnen bedroegen
bijna 400 miljoen euro.

Op dagopvang wordt het grootste beroep
gedaan. Bij de 365 duizend wettelijk erkende plaatsen voor
kinderopvang is 60 procent voor dagopvang. Dertig procent is voor
buitenschoolse opvang en 10 procent voor opvang in een
gastoudergezin.

bron:CBS