Toezicht financieel dienstverleners op koers; grote risico’s bij beleggingsobjecten



De Autoriteit Financiële Markten
(AFM) heeft sinds 1 januari 2006 ongeveer 8000 vergunningen
verleend aan financieel dienstverleners. Tot nu toe zijn 17
aanvragen afgewezen. Ten aanzien van zo'n 600 instellingen is er
het voornemen de aanvraag af te wijzen. In 680 gevallen is de
aanvraag door de financieel dienstverlener ingetrokken.

Bij 127 financieel dienstverleners is
onderzoek gedaan en is de naleving van de wettelijke normen
onvolledig gebleken. In 18 gevallen zijn corrigerende maatregelen
getroffen die hebben geleid tot het intrekken van de
vergunningaanvraag en het staken van de activiteiten. Dit blijkt
uit een vandaag gepubliceerde nieuwsbrief waarin de AFM rapporteert
over de resultaten van het eerste jaar toezicht op financieel
dienstverleners. Nu ruim 70 procent van de vergunningaanvragen is
afgehandeld is vast te stellen dat de bekendheid met wet- en
regelgeving in het algemeen goed is.

Aanbieders van beleggingsobjecten vormen
een specifieke groep van financieel dienstverleners. Het gaat hier
om 44 aanbieders van beleggingen in onder meer tropisch hardhout,
tropische vruchten en wijnen die in 2006 een vergunning hebben
aangevraagd. Na contact met de AFM hebben 14 van de 44 aanbieders
van beleggingsobjecten hun aanvraag ingetrokken. Aan
één aanbieder is een reguliere vergunning verleend,
terwijl de AFM op dit moment bij zeven instellingen het voornemen
heeft geuit de vergunning af te wijzen.

Op basis van de ervaringen tot nu toe ziet
de AFM opnieuw reden consumenten te waarschuwen voor de grote
risico's die kleven aan investeren in beleggingsobjecten. Veel
aanbieders beleggen de aangetrokken gelden in het buitenland wat
het toezicht van de AFM bemoeilijkt. De aard van de objecten brengt
een hoog inherent risico met zich mee. Daarbij blijkt uit
onderzoeken dat de informatieverstrekking van een aantal aanbieders
niet voldoet aan de wet- en regelgeving. In een aantal gevallen
mist informatie, waardoor beloofde rendementen onvoldoende
onderbouwd kunnen worden. Aanbieders van beleggingsobjecten hoeven
bovendien niet te voldoen aan wettelijke eisen ten aanzien van
vermogensscheiding of minimum eigen vermogen, zoals die wel gelden
voor reguliere beleggingsfondsen.

De AFM kan de risico's bij aanbiedingen
van beleggingsobjecten niet wegnemen. Wel kan de AFM ervoor zorgen
dat aanbieders de risico's aan de consument inzichtelijk maken.
Het is aan de consument om de risico's mee te wegen in zijn
beslissing om al dan niet in een beleggingsobject te investeren. In
het register financieel dienstverleners is na te gaan of een
aanbieder een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend en of
deze is verleend.

Op grond van de vergunningaanvragen van de
beleggingsobjecten en de analyse van informatie en onderzoeken ter
plaatse komt bij dergelijke instellingen, komt de AFM verder tot de
volgende algemene bevindingen:

- een aantal aanbieders kan de soliditeit
van de bedrijfsvoering en daarmee de

onderneming niet aantonen;

- in een aantal gevallen wordt volgens het
beleggingsobjectenprospectus slechts 50 tot 60 procent van de inleg
van de consument daadwerkelijk geïnvesteerd in productie en
beheer van het beleggingsobject. De rest van de inleg wordt onder
andere gebruikt voor management-, marketing- en
administratiekosten;

- bij een aantal aanbieders heeft de AFM
geconstateerd dat kennis van de relevante

wetgeving onvoldoende is.

De AFM wijst al langer op de risico's van
het beleggen in beleggingsobjecten. De conclusies na het eerste
jaar toezicht onderstrepen de eerder geuite waarschuwingen. In
Nederland is circa 500 miljoen euro geïnvesteerd in
beleggingsobjecten.

bron:AFM



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: