Het voetbalseizoen 2005-2006 stond in het
teken van de invoering van de Nieuwe Competitie Opzet (NCO).
Eén van de voorwaarden van de NCO was dat de politie-inzet
op de wedstrijddag niet mocht toenemen. Uit de cijfers van het
Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) blijkt dat hieraan
is voldaan; de politie-inzet op wedstrijddagen is zelfs gedaald.
Het CIV waarschuwt in haar jaarverslag van het seizoen 2005-2006
echter voor overmatig optimisme. Diverse korpsen hebben aangegeven
dat het ‘sociaal minimum’ in zicht is; een verdere
terugdringing van de politie-inzet op de wedstrijddag brengt
directe consequenties met zich mee voor het bewaren van de openbare
orde. Ook kan teveel focus op politie-inzet de aandacht afleiden
van andere essentiële zaken, zoals het treffen van de juiste
preventieve maatregelen, adequate actie na incidenten en
efficiënte oplegging van sancties.

Bij de invoering van de NCO is een
duidelijke scheiding aangebracht tussen de verantwoordelijkheden
van clubs en politie. Door het vertrek van de politie uit de
stadions zijn de clubs verantwoordelijk geworden voor de openbare
orde in de stadions. Deze verandering vereist een hoge kwaliteit
van de veiligheidsorganisatie van clubs. Het beleidskader
‘bestrijding voetbalvandalisme’ geeft duidelijke
tolerantiegrenzen aan met betrekking tot incidenten in de stadions.
Het is aan de clubs om deze grenzen te bewaken en de benodigde
maatregelen te nemen. Het CIV benadrukt dat de nieuwe rolverdeling
niet ten koste mag gaan van de transparantie van incidenten binnen
stadions en snelle communicatie tussen politie en clubs.

De introductie van de play-offs in de
Eredivisie heeft afgelopen seizoen een grote impact gehad. De korte
voorbereidingstijd bezorgde een aantal politiekorpsen logistieke en
bedrijfsmatige problemen. Het ‘finale’ karakter van de
wedstrijden leidde tot een hoge politie-inzet: een vergelijking
tussen de play-offs en dezelfde confrontaties in de reguliere
competitie maakt de grote verschillen duidelijk.

Het optreden van de politie is dit seizoen
diverse malen volop in de schijnwerpers geweest, vooral daar waar
het aanhoudingen van groepen betrof. Het blijkt achteraf niet
altijd mogelijk om strafbaar gedrag te
‘individualiseren’. In enkele gevallen lag het accent
van het optreden namelijk meer op het herstellen of handhaven van
de openbare orde, dan op het vergaren van bewijs. Deze wijze van
optreden heeft consequenties voor het (niet kunnen) handelen van
het Openbaar Ministerie en de KNVB. Diverse aangehouden personen
hebben geen overheidssanctie opgelegd gekregen en de KNVB heeft
niet altijd een stadionverbod kunnen vorderen.

De aanpak van voetbalvandalisme vraagt,
gezien de nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden, om meer
transparantie van maatregelen van de diverse ketenpartners. Alleen
dan kunnen sterktes en zwaktes van de ketenaanpak inzichtelijk
worden gemaakt. Het CIV ziet duidelijke winstmogelijkheden met
betrekking tot de wedstrijdvoorbereiding. Een kwalitatief goede
inschatting van wedstrijdrisico’s maakt het nemen van de
juiste maatregelen makkelijker. Een intensieve en open samenwerking
tussen de ketenpartners is hierbij essentieel.

bron:CIV