Twaalf Europese politieteams testen gedurende twee jaar selectieapparatuur uit om druggebruik onder bestuurders op te sporen. Deze testen maken in de politiepraktijk deel uit van het project ‘DRiving Under the Influence of Drugs, alcohol and medicines’ (DRUID). Het project DRUID is een initiatief van het European Traffic Police Network (TISPOL). De testfase start eind oktober 2006 in zes Europese landen onder leiding van het Korps landelijke politiediensten (KLPD).

De politieteams uit Spanje, België, Finland, Ierland, Duitsland en Nederland voeren gedurende twee jaar een testprogramma uit met tien verschillende testapparaten. Op basis van de testresultaten zullen algemene Europese gebruikerseisen voor selectieapparatuur ten behoeve van de politie worden vastgesteld.

De drie testteams in Nederland bestaan uit medewerkers van de politie Gelderland-Zuid, Limburg Zuid en de Verkeerspolitie van het Korps landelijke politiediensten.

Het project is mogelijk gemaakt door het Directoraat-Generaal Transport en Energie (DGTREN) van de Europese Commissie. Elke twee maanden krijgt een testteam een ander selectieapparaat (screener) ter beschikking om daar een testprogramma mee af te werken. Het project richt zich op het verbeteren van kennis over het rijden onder invloed van drugs en medicijnen en het ontwikkelen van sterk verbeterde mogelijkheden tot handhaving voor de politie. De resultaten zullen niet leiden tot het benoemen van de beste apparatuur of fabrikant, maar tot een open standaard gebaseerd op de ervaringen uit het testprogramma.

Alle bekende fabrikanten van dit soort apparatuur werken mee aan het testprogramma. Een twintigtal wetenschappelijke instituten uit heel Europa is betrokken bij de uitvoering van het DRUID project waarbij onderzoek wordt verricht naar de effecten van het rijden onder invloed van drugs. Voor Nederland heeft de stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) een belangrijke inbreng, evenals de Universiteit van Groningen en TNO.
 
bron:KLPD