De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage heeft uitspraak gedaan in het kort geding dat 79 personen hadden aangespannen tegen de Staat en diverse gemeenten, waaronder de gemeenten Amsterdam, ’s-Gravenhage, Utrecht en Rotterdam. Het kort geding betrof (onaangekondigde) huisbezoeken die de gemeenten afleggen bij personen die een bijstandsuitkering ontvangen of aanvragen. De eisers vorderden onder meer een verbod op die huisbezoeken en een schadevergoeding van € 2.000,-- per persoon.

De voorzieningenrechter is tot de conclusie gekomen dat de eisers deels niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat deze vorderingen deels niet toewijsbaar zijn. Hij heeft daarom de gevraagde voorzieningen geweigerd.

Anders dan de eisers is de voorzieningenrechter in het bijzonder van oordeel dat er voor de huisbezoeken een wettelijke basis bestaat, die wordt gevormd door de artikelen 17 en 53a van de Wet werk en bijstand. Verder heeft hij onder meer overwogen dat er, kort gezegd, voldoende (bestuursrechtelijke) rechtsbescherming bestaat voor personen die nadelige gevolgen zouden hebben ondervonden van de huisbezoeken. Daarom is voor een maatregel in een civiel kort geding geen plaats.

Bron: Rechtbank 's-Gravenhage