Uitspraak in zaak steekpartij café De Vrijheid in Wageningen



Het gerechtshof in Arnhem heeft in hoger
beroep uitspraak gedaan in de zaak rond een steekpartij in een
café te Wageningen. De 28-jarige verdachte in deze zaak
heeft op 1 oktober 2004 in café De Vrijheid in Wageningen
met twee messen de 33-jarige Martijn C. van het leven beroofd en
een 42-jarige vrouw levensgevaarlijk verwond. Tevens heeft hij (uit
de kassa van het café) geld en de mobiele telefoon van de
vrouw weggenomen.

Niets herinneren

De verdachte heeft ook in hoger beroep
volgehouden zich van de steekpartij niets te herinneren. Mede
daarom heeft het hof geen motief voor de daden van verdachte kunnen
vaststellen. Niet gebleken is dat hij met een vooropgezet plan om
de slachtoffers te doden naar het café is gekomen. Uit de
verklaring van de vrouw blijkt dat de verdachte zonder aanleiding
Martijn C. met twee messen in zijn rug stak, waarna hij eveneens
zonder aanleiding haar met beide messen aanviel.

Bewezen feiten

Voor de vraag of toch sprake kan zijn
geweest van voorbedachte raad, dat is vereist voor (poging tot)
moord, is van belang of de verdachte tijd heeft gehad zich te
beraden op het te nemen of genomen besluit. Ten aanzien van de
handelingen ten opzichte van de vrouw blijkt dat deze gedurende
één voortdurende heftige gemoedsbeweging zijn
gepleegd. De gewelddadige handelingen gepleegd tegenover de man
blijken een kort moment van onderbreking te hebben gekend.

Van enig moment van rust of bezinning
gedurende welke verdachte heeft nagedacht over de betekenis en
gevolgen van zijn daden, is echter niet gebleken. Uit de
toegebrachte letsels en de verklaring van de vrouw blijkt dat de
verdachte als een beest tekeer is gegaan. Hij heeft de man meer dan
twintig keer gestoken en ook de vrouw vele malen in haar armen en
rug gestoken. Dit wijst op een staat van ongeremde agressie waarin
verdachte gehandeld heeft en niet van enig kalm beraad.

Het hof acht daarom voorbedachte raad niet
bewezen en spreekt de verdachte vrij van moord en poging tot moord.
Wel bewezen is doodslag en poging tot doodslag en daarnaast is ook
de diefstal bewezen.

De raadsman van verdachte heeft ter
terechtzitting betoogd dat verdachte vanwege het gebruik van
psychofarmaca in combinatie met alcohol ontoerekeningsvatbaar is.
Het hof acht het op grond van de diverse deskundigenrapporten niet
aannemelijk dat dat gebruik bij verdachte heeft geleid tot een
ongeremde woede-uitbarsting als gevolg waarvan hij Martijn C. heeft
doodgestoken en de vrouw ernstig heeft verwond.

Daarnaast heeft het Pieter Baan Centrum
gerapporteerd omtrent de verdachte en geconcludeerd dat hij
volledig toerekeningsvatbaar is. Verder hecht het hof aan de
verklaring van verdachte dat hij zich van de steekpartij helemaal
niets kan herinneren, geen geloof. In de deskundigenrapporten is
geconcludeerd dat geheugenverlies met betrekking tot de
delictsperiode met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is
uit te sluiten.

Veertien jaar gevangenisstraf

Ten aanzien van de strafoplegging heeft
het hof nog overwogen dat tegenover het leed dat de familie van
Martijn C. en de vrouw (die voor de rest van haar leven lichamelijk
en geestelijk getekend is) is aangedaan, een man staat die weigert
de gevolgen van zijn handelen in te zien en daarvoor
verantwoordelijkheid te nemen. Het hof veroordeelt hem, evenals
eerder de rechtbank heeft gedaan, tot veertien jaar
gevangenisstraf.

Bron: Gerechtshof Arnhem



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: