Uitvoer goederen naar Irak toch bestraft



Het gerechtshof Arnhem heeft dinsdag
uitspraak gedaan in twee zaken waarin het kort gezegd gaat om de
bevordering van de uitvoer van goederen vanuit de Europese
Gemeenschap naar Irak. De rechtbank in Zutphen had zowel de
rechtspersoon als de directeur van deze rechtspersoon
vrijgesproken. Het hof komt echter tot een bewezenverklaring en
heeft beide verdachten veroordeeld.

De rechtbank in Zutphen was van oordeel
dat het dossier geen concrete aanwijzingen bevat dat de goederen
daadwerkelijk in Irak terecht zijn gekomen. Daarnaast oordeelde zij
met betrekking tot de goederen die wel in Irak waren aangekomen,
dat niet was gebleken van strafrechtelijke betrokkenheid van
verdachten. De officier van justitie is tegen dit vonnis in hoger
beroep gekomen.

In hoger beroep heeft de advocaat-generaal
gesteld dat niet alleen de uitvoer maar ook alle activiteiten die
tot gevolg hebben dat de uitvoer wordt bevorderd onder de
strafbepaling valt. De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Het hof is met de advocaat-generaal van
oordeel dat de verdachten, door goederen vanuit Nederland aan
Jordanië te leveren, activiteiten hebben verricht die tot
gevolg hadden dat de uitvoer van deze goederen naar Irak in de hand
werd gewerkt. Daarnaast leidt het hof uit verschillende feiten en
omstandigheden af dat de verdachten deze uitvoer welbewust hebben
bevorderd. Zo reageren verdachten op het verzoek om een offerte uit
Irak aldus dat de verwijzingen naar Irak worden verwijderd om
vervolgens wel op de offerte in te gaan. Als vervolgens aan
verdachten wordt bericht dat hun leverantie aan Jordanië
binnen een dag naar Irak is vervoerd, wordt niet adequaat
gereageerd en als voor een leverantie een eindgebruikersverklaring
wordt verlangd, werken zij mee aan het omzeilen daarvan.

Aan de directeur van de rechtspersoon is
een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een taakstraf
van 180 uren opgelegd. De rechtspersoon zelf is veroordeeld tot een
geldboete van € 80.000,-. Daarnaast is bepaald dat aan de
rechtspersoon het wederrechtelijk verkregen voordeel ad €
67.773,67 moet worden ontnomen. Bij de straftoemeting is in
aanmerking genomen dat de verdachten door hun handelwijze, de
economische sancties die aan Irak zijn opgelegd, hebben
ondermijnd.

Bron: Gerechtshof Arnhem



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: