Unesco verdrag over Werelderfgoed biedt geen garantie voor bescherming



UNESCO's lijst van werelderfgoed zou de `meest waardevolle'
monumenten en natuurlijke gebieden van de wereld moeten omvatten. En
het werelderfgoedverdrag zou dit belangrijkste erfgoed moeten
beschermen. Of ze dat ook doen, is nog maar de vraag. Promovendus Bart
van der Aa deed in zes landen onderzoek naar 67 werelderfgoedsites.
Zijn conclusie: `De UNESCO mag wel vaker de tanden laten zien. Maar dat
kan pas als de lijst daadwerkelijk wordt gebaseerd op kwaliteit.'

Wie
kent ze niet: de molens van de Kinderdijk? Deze toeristische
trekpleister is een van de zeven plekken in Nederland die zijn
aangewezen tot werelderfgoed. Dit najaar wordt bovendien de voordracht
van de Waddenzee besproken. Nederland heeft bij zijn voordrachten
vooral gekozen voor het thema `de strijd tegen het water'. Van der Aa:
`Daarmee wordt de lijst van werelderfgoed gebruikt als middel om een
deel van de Nederlandse identiteit uit te dragen. Daar zitten twee
kanten aan: het is in internationaal opzicht inderdaad uniek en niet de
zoveelste kathedraal. Maar het Ir. D.F. Woudagemaal in Lemmer of de
Stelling van Amsterdam zijn zelfs bij de meeste Nederlanders niet
bekend. Dan kun je je afvragen of ze een plaats op de lijst verdienen.'

Willekeur

De
molens van Kinderdijk zijn aan het verzakken en het eiland Pampus, dat
deel uitmaakt van de Stelling van Amsterdam, kampt met achterstallig
onderhoud. Vormt het werelderfgoedverdrag dan geen garantie voor
bescherming? `Het grootste probleem van het werelderfgoedverdrag is dat
het wordt gedomineerd door de eigen inzichten, belangen en beperkingen
van de deelnemende landen,' zegt Van der Aa. Landen kiezen zelf de
sites die ze willen voordragen; het merendeel daarvan komt ook op de
lijst. Hoewel daarna de bescherming van het erfgoed per land erg
verschilt, blijft internationale steun vaak uit. `Dat is de zwakheid
van het verdrag. Ondanks de benoeming tot werelderfgoed is elk land
zelf verantwoordelijk voor hoe het met de site omgaat. Zo blijft de
bescherming sterk afhankelijk van lokale en nationale voorkeuren. En
dus van willekeur.'

Rode lijst

Van der Aa zou de
effectiviteit van het verdrag willen vergroten. Daarvoor zijn volgens
hem op twee punten verbetering nodig. Ten eerste de voordracht en
benoeming van de sites: `Je moet goed kijken naar wat nu echt de
kwaliteit van een site is. En vooral in internationaal opzicht
vergelijken hoe bijzonder iets is. Sites zouden alleen mogen worden
toegelaten wanneer het erfgoed, internationaal gezien, uitzonderlijke
kwaliteiten heeft.' Dit is bovendien een voorwaarde voor goede
bescherming van sites als de Kinderdijk, en straks misschien de
Waddenzee, na hun benoeming tot werelderfgoed. `Er is eigenlijk maar
één extern pressiemiddel: de `rode lijst' met daarop erfgoed in gevaar.
Maar er is nog nooit een site van de lijst verwijderd: de UNESCO wil
landen niet voor het hoofd stoten. Maar van mij mag ze wel wat vaker de
tanden laten zien. Het verwijderen van sites van de lijst zodra ze hun
uitzonderlijke universele kwaliteiten hebben verloren, zal nationale en
lokale actoren bewuster maken van hun verantwoordelijkheid om hun
erfgoed te beschermen.'

bron:Rijksuniversiteit Groningen



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: