Er zijn al veel maatregelen genomen en afspraken gemaakt om een vrij verkeer van werknemers uit Polen en zeven andere nieuwe EU-lidstaten mogelijk te maken. De precieze invulling ervan is echter nog niet helemaal afgerond. Vakbeweging, werkgeversorganisaties en overheid moeten bijvoorbeeld nog steviger afspraken maken die garanderen dat deze werknemers geen oneerlijke concurrentie vormen voor Nederlandse werknemers. Dat blijkt uit een brief waarin   staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag de Tweede Kamer inlicht over de stand van zaken rond de voorbereidingen voor het openstellen van de grenzen. Hoewel nog geen beslissing kan worden genomen over de datum, vindt de staatssecretaris het invoeren van het vrij verkeer van werknemers op korte termijn wenselijk.

Het kabinet heeft eerder met de Tweede Kamer afgesproken om er naar te streven op 1 januari 2007 vrij verkeer van werknemers in te voeren voor werknemers uit Polen, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. Daarvoor is het nodig maatregelen te nemen die garanderen dat werknemers uit de Midden- en Oost-Europese landen gelijk worden behandeld als Nederlandse werknemers. Ze mogen bijvoorbeeld geen lager salaris voor hetzelfde werk krijgen dan Nederlandse werknemers. Om te zorgen dat bedrijven zich aan de regels houden, moeten vakbeweging, werkgeversorganisaties en overheidsinstellingen nauw met elkaar samenwerken en informatie uitwisselen. De partijen overleggen nog over de precieze invulling hiervan.

Op andere gebieden zijn al wel maatregelen genomen om het vrij verkeer van werknemers mogelijk te maken. Zo gaan de Arbeidsinspectie, Belastingdienst, UWV en de SIOD nauwer samenwerken om zwart en illegaal werk te voorkomen en om ontduiking van het minimumloon en fraude met uitkeringen tegen te gaan. Een aantal nieuwe en oude EU-lidstaten (waaronder Polen) hebben afspraken gemaakt over het uitwisselen van gegevens over grensoverschrijdende dienstverlening om zwart en illegaal werk te voorkomen. Ook hebben gemeenten, werkgevers en het ministerie van VROM afspraken gemaakt om problemen met de huisvesting van tijdelijke werknemers (bijvoorbeeld illegale verhuur) tegen te gaan. Daarnaast mag de Arbeidsinspectie bedrijven die werknemers onder het minimumloon betalen een boete geven van 6700 euro per overtreding en kunnen de inspecteurs hen dwingen het achterstallige loon alsnog te betalen.

Hoewel de staatssecretaris nog geen beslissing kan nemen over de datum van invoering van een vrij verkeer van werknemers, pleit hij voor een zo snel mogelijke invoering ervan. Hiermee wil hij voorkomen dat de groei van de economie wordt afgeremd doordat een tekort ontstaat aan werknemers. ,,Het aantal vacatures neemt snel toe. Het blijkt echter dat een deel van de vacatures niet vervuld kan worden met Nederlands arbeidsaanbod. De arbeidsmigratie uit de nieuwe EU-lidstaten biedt werkgevers de kans om deze vacatures sneller op te vullen.’’

Tot het vrij verkeer van werknemers is ingevoerd, moeten werkgevers bij het CWI een tewerkstellingsvergunning aanvragen als ze een werknemer uit de nieuwe EU-landen willen aannemen. Het CWI onderzoekt dan onder andere of voor het werk geen Nederlandse werknemers of werknemers uit de oude EU-lidstaten gevonden kunnen worden (de zogenoemde arbeidsmarkttoets). De afgelopen maanden heeft de staatsecretaris het voor werkgevers in 23 sectoren makkelijker gemaakt om vergunningen te krijgen. Zo zijn in de groot- en kleinmetaal, de agrarische sector en de zorgsector de arbeidsmarkttoets afgeschaft. De eerste resultaten van dit beleid zijn positief. Werkgevers kunnen sneller moeilijk vervulbare vacatures invullen, terwijl er geen indicaties zijn dat dit leidt tot verdringing van Nederlandse werkzoekenden. Van Hoof wil de komende tijd doorgaan met het stapsgewijs makkelijker afgeven van vergunningen in verschillende sectoren.

 
bron:SZW