Vastgoedbeleggers dienen klacht in bij Europese Commissie



Institutionele vastgoedbeleggers, verenigd
in IVBN, hebben bij eurocommissaris mevrouw Kroes een klacht
ingediend. De klacht richt zich tegen de het beleid van de
Nederlandse overheid ten aanzien van de taakafbakening van
woningcorporaties. Kern van de klacht is dat corporaties (met
gebruikmaking van staatssteun) in toenemende mate opereren op
commerciële markten, zonder dat er sprake is van een gelijk
speelveld. De Nederlandse overheid tolereert én bevordert
dergelijke commerciële activiteiten.

Centraal bij de problematiek van een
niet-gelijk speelveld staan de overmaat aan vermogen van de
corporaties, het ontbreken van een rendementsdoelstelling op de
inzet van dat vermogen, het ontbreken van tucht van de markt
én het ontbreken

van toezicht op marktconformiteit van het
handelen van corporaties op die commerciële markten.
Investeringen door corporaties onder niet-marktconforme condities
in commerciële marktsegmenten zijn ernstig marktverstorend en
concurrentievervalsend. Dat dergelijke investeringen worden gedaan
om de opbrengsten daarvan veelal te (her-)investeren in de sociale
kernactiviteiten, doet aan de problematiek van het ongelijke
speelveld niets af.

De Nederlandse overheid accepteert niet
alleen dat corporaties zich actief en met staatssteun - op
commerciële markten begeven. Tegelijkertijd bemoeilijkt de
Nederlandse overheid de positie van marktpartijen in ernstige mate
door het strikt

reguleren van een veel te groot deel van
de huurwoningenmarkt. Tegenover 1,1 miljoen huurtoeslagontvangers
staan 2,85 miljoen door de overheid gereguleerde huurwoningen,
waarvan 2,4 miljoen corporatiewoningen. Voor alle 2,85 miljoen
gereguleerde huurwoningen besloot het kabinet recent tot een
huurbevriezing per 1 juli 2007 (alleen de inflatie van 1,1% over
2006 mag in de huur worden verwerkt) met als motivatie dat
corporaties dat gezien hun reserves best kunnen lijden. Daarmee zet
de Nederlandse overheid marktpartijen als institutionele
woningbeleggers in een dubbele klem.

IVBN onderkent het grote belang van de
sociale rol van woningcorporaties voor personen die door hun
inkomen of door andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij
het vinden van passende huisvesting, thans wettelijk gekoppeld aan
een inkomensgrens van maximaal euro 27.500 per (meerpersoons)
huishouden. Daarbij past de rol van woningcorporaties om met
staatssteun goedkope en betaalbare huurwoningen met een huurprijs
tot aan circa euro 500 huur per maand te bouwen en te exploiteren.
De klacht van IVBN richt zich dus niet op het functioneren van
woningcorporaties (met staatssteun) op het echte sociale
huisvestingsvlak. De staatssteun wordt echter niet beperkt tot het
uitvoeren van de primaire taak. De door de Nederlandse overheid
voorgenomen zeer substantiële uitbreiding van de doelgroep van
corporaties tot minimaal euro 33.000 inkomen of nog hoger, wijst
IVBN volstrekt af. Daarmee zou immers zelfs meer dan de helft van
de Nederlandse bevolking in aanmerking komen voor een
corporatiewoning.

IVBN meent dat een nog verdere
terugdringing van de commerciële huursector niet gewenst is.
De belangen van de grotendeels met pensioengeld werkende
institutionele beleggers worden door het Nederlandse
overheidsbeleid zeer ernstig geschaad. Er dient een halt
toegeroepen te worden aan de steeds sterker wordende oneerlijke
concurrentie en marktverstoring door woningcorporaties, die
institutionele beleggers steeds verder wegdrukt uit traditioneel
commerciële markten. Het gaat dan niet alleen om huurwoningen
boven euro 500 huur, maar ook om commercieel vastgoed (zoals
kantoren en winkels) en om zogenaamd maatschappelijk vastgoed
(zorgcentra, ziekenhuizen, bibliotheken).

IVBN verzoekt de Europese Commissie dan
ook om een formele aanbeveling tot de Nederlandse overheid te
richten in de zin van artikel 18 van de Procedureverordening, zodat
op zo kort mogelijke termijn de staatssteun wordt teruggebracht tot
de primaire taak van corporaties: het realiseren en exploiteren van
goedkope en betaalbare huurwoningen voor mensen die daarop
specifiek zijn aangewezen. Indien het dochters van corporaties
wordt toegestaan bepaalde commerciële activiteiten uit te
oefenen, dient dat op een volledig gelijk speelveld plaats te
vinden, waarbij tegen marktomstandigheden en volstrekt marktconform
wordt gewerkt. Dergelijke dochters moeten dan bijvoorbeeld ook

voor marktpartijen toegankelijk zijn.

bron:IVBN



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: