Selecteer een pagina

Het gerechtshof te Amsterdam heeft vandaag
in hoger beroep uitspraak gedaan in de zaken van de VEB en de
stichting VEB-Actie-WOL tegen World Online, ABN AMRO en Goldman
Sachs. De zaken betreffen een collectieve actie naar aanleiding van
de beursgang van World Online in maart 2000.

In de door VEB aangespannen zaak is het
hof tot het volgende oordeel gekomen.

-Mevr. N. Brink heeft onduidelijkheid
geschapen over haar aandelenbezit World Online ten tijde van de
beursgang. Dat is toe te rekenen aan World Online, omdat mevr.
Brink daarvan bestuursvoorzitter was en zij ten behoeve van de
beursgang van World Online in de publiciteit trad.

-In het prospectus is onvolledige
informatie over de loopbaan van mevr. Brink opgenomen.

-Ten onrechte is in het prospectus Telitel
als dochtervennootschap van World Online vermeld.

-World Online heeft in maart 2000 een
aantal persberichten uitgegeven waardoor een optimistischer beeld
van de waarde en de toekomst van World Online werd geschapen dan
gerechtvaardigd was.

-ABN AMRO en Goldman Sachs, die de
beursgang van World Online begeleidden, zijn tegen dat alles
onvoldoende opgetreden.

World Online, ABN AMRO en Goldman Sachs
hebben daarom onrechtmatig gehandeld tegenover de beleggers die
hebben ingeschreven op de beursintroductie of die uiterlijk op 3
april 2000 aandelen World Online hebben gekocht. De vordering van
de VEB, die ertoe strekt dat het hof verklaart dat aldus
onrechtmatig is gehandeld, wijst het hof toe.

In de zaak van de stichting VEB-Actie-WOL
heeft het hof de vorderingen afgewezen.

De deelnemers aan de stichting hadden hun
vordering op World Online, ABN AMRO en Goldman Sachs aan de
stichting bij cessies overgedragen. Deze cessies zouden echter pas
zijn voltooid nadat de stichting daarvan naar behoren kennis had
gegeven aan World Online. Dat heeft zij verzuimd. De stichting
heeft ook nog aangevoerd dat zij door haar deelnemers gevolmachtigd
was om voor hen op te treden, maar ook dat heeft zij niet op de
wettelijk vereiste wijze aangetoond.

Bron: Gerechtshof Amsterdam