Veiligheid in vluchtelingenkampen Noord-Uganda illusie



'Plotseling werden we omsingeld door een groep jonge jongens. Allemaal
hadden ze machetes, geweren en knuppels. We probeerden weg te vluchten,
maar de jongens hielden ons tegen en namen ons mee naar hun commandant.
We moesten voor hem zitten terwijl de anderen scheermesjes, knuppels,
messen en geweren op de grond uitstalden - gereedschap dat ze
uiteindelijk zouden gebruiken om ons te martelen en te doden.' -
'Silvia'35), vluchteling in Aloi kamp in noord Uganda. 

 
Artsen zonder Grenzen brengt vandaag het rapport 'Noord-Uganda, een
waaier van verdriet en angst' uit dat een beeld geeft van de
schrijnende humanitaire situatie in Noord-Uganda. Buiten het zicht van
de camera's gaat daar de burgeroorlog onverminderd door. Meer dan 80%
van de bevolking is ontheemd en samengedreven in vluchtelingenkampen.
Ondanks de aanwezigheid van hulporganisaties en het regeringsleger in
het noorden, worden de mensen in de vluchtelingenkampen nog altijd
onvoldoende beschermd tegen aanvallen, ontvoeringen en verkrachtingen.
Zelfs in zogenaamde 'beschermde dorpen' leven de mensen onder constante
dreiging van aanvallen door het Leger van de Heer (LRA) of de
regeringstroepen die hen juist zouden moeten beschermen. Silvia werd
uiteindelijk vernederd, verkracht en gruwelijk verminkt door strijders
van de LRA, toen ze zich met haar man en vijf familieleden buiten het
kamp waagde om naar eten te zoeken. Ze was de enige die het zou
overleven.  
 
Het Leger van de Heer (LRA) blijft kinderen ontvoeren en als strijders
gebruiken. De ontvoeringen blijven meestal opgerapporteerd uit angst
voor vergelding en gebrek aan vertrouwen in de autoriteiten.  
 
'Bij de LRA ging het erom te doden. Zolang als je maar moordde viel
niemand je lastig' 'Agnes'23), ontvoerd door en later gevlucht uit de
LRA.  
 
Vrouwen zijn een specifiek doelwit en onder mannen is het langdurig
gedwongen verblijf in de kampen vaak de oorzaak van alcoholmisbruik.
Zelfmoord, in de lokale traditie een taboe, komt steeds meer voor.
 
 
Het AzG rapport is gebaseerd op medische gegevens en persoonlijke
verhalen van vluchtelingen in drie van de meest getroffen regio's:
Acholi, Teso en Lango. Elk van deze verhalen laat de verwoesting in het
leven van de vluchtelingen zien en de manier waarop mensen proberen te
overleven onder de constante dreiging van geweld.  
 
Het zwaarst getroffen zijn de kinderen onder de vijf jaar. Zij hebben
te lijden onder eenvoudig te voorkomen ziektes als malaria en diarree.
Ze zijn extra kwetsbaar door het uiteenvallen van families,
kinderprostitutie, zwangerschap en de blootstelling aan HIV/aids. De
voortdurende onveiligheid heeft een verlammend effect op de
hulpverlening. Slechts een paar hulporganisaties waagt zich buiten de
steden. Daarom is er nauwelijks hulp op het platteland en geen
systematische informatie over de gruwelijkheden die daar plaatsvinden.
 
 
Artsen zonder Grenzen werkt sinds 1986 in Uganda. Op dit moment heeft
de organisatie 67 internationale en 510 Ugandese medewerkers die in
negen districten werkzaam zijn.  

Bron: ARTSEN ZONDER GRENZEN



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: