Verbetering dienstverlenig bij aanvragen uitkering



Staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil een betere dienstverlening aan mensen bij het vinden van werk en het verstrekken van een uitkering. Om dat te bereiken wil Van Hoof in de wet laten vastleggen dat burgers die een beroep doen op een bijstands- of werkloosheidsuitkering dezelfde gegevens maar één keer hoeven aan te leveren. In de praktijk blijkt dat burgers die een uitkering aanvragen vaak meerdere malen dezelfde gegevens aan de verschillende betrokken instanties moeten aanleveren. Ook moet er eind 2006 per klant één elektronisch dossier komen waar alle betrokken organisaties hun gegevens in bijhouden.  

Dit blijkt uit een brief van Van Hoof aan de Tweede Kamer. Op verzoek van de staatssecretaris heeft een commissie van deskundigen onderzoek gedaan naar verbetering van de informatievoorziening en elektronische dienstverlening van uitkeringsinstanties en de Centra voor Werk en Inkomen (CWI). Voorzitter is prof. dr. ir. Keller, onder andere hoogleraar informatica aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Bij het onderzoek is ook gekeken naar goede voorbeelden uit het buitenland, zoals de Belgische Kruispuntbank. Het rapport van de commissie, getiteld 'De burger bediend', is samen met twee onderzoeken van de Inspectie Werk en Inkomen (IWI) aan de Tweede Kamer gestuurd.  
 
Gemeenten, het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en de  CWI werken samen bij het aanvragen van een uitkering. Degene die een uitkering wil aanvragen moet zich daarvoor melden bij het CWI. Pas als het niet lukt deze persoon aan werk te helpen, stuurt het CWI de gegevens door aan UWV of de gemeenten. Deze organisaties beoordelen vervolgens of de aanvrager recht heeft op een uitkering.  
 
Uit het onderzoek van de commissie-Keller blijkt dat Nederland de vergelijking met het buitenland wat betreft elektronische informatievoorziening kan doorstaan. De dienstverlening is echter wel voor verbetering vatbaar. De inschrijving gaat gepaard met veel papier, uitgebreide formulieren en veel bewijsstukken. De aanvrager moet dezelfde gegevens vaak meermalen verstrekken. Niet alle instanties hebben de beschikking over dezelfde gegevens. Ook wordt de controle of de aanvrager meerdere uitkeringen heeft pas achteraf uitgevoerd. 
 
De Inspectie voor Werk en Inkomen concludeert in de onderzoeken 'Intake en beoordeling bij de bijstand' en 'Afgesproken' dat gemeenten en CWI meer contact met elkaar moeten onderhouden en gegevens moeten uitwisselen. De werkwijze van het CWI sluit soms onvoldoende aan op wat gemeenten nodig hebben. Het CWI beschikt soms niet over de middelen om de aanvrager te dwingen alle gegevens te verstrekken. Gemeenten moeten cliënten vaak om aanvullende informatie vragen. 
 
De commissie-Keller doet verschillende aanbevelingen om de dienstverlening te verbeteren. Zo raadt de commissie aan om per klant een gemeenschappelijk dossier te ontwikkelen, waarvan alle organisaties gebruik kunnen maken. Daarbij kan worden voortgebouwd op reeds in gang gezette ontwikkelingen zoals de Polisadministratie, een registratiesysteem van het UWV.  
 
Van Hoof heeft het CWI gevraagd vóór 1 juli een plan van aanpak op te stellen voor het gemeenschappelijke dossier. De bedoeling is dat alle betrokken organisaties het gemeenschappelijke dossier kunnen gebruiken en aanvullen met hun eigen gegevens. Ook moeten mensen hun eigen dossier in kunnen zien. Bij de verdere ontwikkeling van het systeem, kan goed gevolgd worden of en hoe snel mensen aan een baan of uitkering geholpen zijn. 
 
Een verbod op het tweemaal vragen van dezelfde gegevens aan de klant maakt de samenwerking van betrokken organisaties minder vrijblijvend. Staatssecretaris Van Hoof wil vanaf 2007 in de wet laten vastleggen dat de klant gegevens niet tweemaal hoeft te verstrekken. De betrokken organisaties maken onderling zelf afspraken over wie welke gegevens uitvraagt, zolang dat niet vaker dan één keer gebeurt. 
 
Voor de langere termijn beveelt de commissie een zogenoemde 'omgekeerde intake' aan, met als uitgangspunt 'niet vragen, tenzij ...'. Dat wil zeggen dat beschikbare gegevens in basisregistraties worden benut en dat de klant de ingevulde gegevens alleen hoeft aan te vullen en te controleren. Hiervoor is het nodig dat het beoogde overheidsbrede stelsel van basisregistraties gereed is. Ook deze aanbeveling neemt Van Hoof over. 
 
bron:SZW



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: