De VNG onderschrijft de kritische analyse
van de huidige interbestuurlijke verhoudingen door de Raad van
State. De overheden zijn in het Nederlandse stelsel gelijkwaardig
aan elkaar. Maar omdat wetgeving, financiën en toezicht die
gelijkwaardigheid kunnen doorkruisen, vraagt het van met name de
centrale overheid discipline om die gelijkwaardigheid te
respecteren. De Raad constateert dat daarvan in de afgelopen
periode onvoldoende sprake is geweest.

De reactie van de VNG op de beschouwing
van de Raad van State is per brief naar de Tweede Kamer gestuurd.
In de Code Interbestuurlijke Verhoudingen hebben kabinet, IPO en
VNG afgesproken om gezamenlijk aan de Raad van State een periodieke
beschouwing te vragen over de verhoudingen tussen de bestuurslagen
in ons land.

Volgens de Raad komen de interbestuurlijke
verhoudingen alleen tot hun recht bij een houding van
gelijkwaardigheid, gericht op samenspel. Dan wordt de spanning die
nu eenmaal hoort bij de gedecentraliseerde eenheidsstaat
beheersbaar gemaakt. De spanning tussen de bestuurslagen wordt
versterkt wanneer er weinig of zelfs geen overleg plaatsvindt
tussen bewindspersonen en vertegenwoordigers van gemeenten of
provincies, of wanneer conceptregelingen niet bijtijds voor
commentaar worden voorgelegd. Hierover zijn door de overheden wel
precieze afspraken gemaakt in de Code. Volgens de Raad van State
getuigt zulk gedrag van een zeker dédain van de centrale
overheid ten opzichte van de andere overheden.

De VNG vindt net als de Raad van State dat
ruimte moet worden geboden voor de invulling van taken,
bevoegdheden en verantwoordelijkheden van gemeenten. Als gemeenten
in medebewindstaken onvoldoende financieel worden gecompenseerd
gaat dat immers ten laste van de middelen voor de autonome
taken.

Het pleidooi van de Raad van State voor
differentiatieruimte in het openbaar bestuur staat niet op
zichzelf. Ook in het rapport van de commissie Bovens (Wil tot
verschil) en in het rapport van de Raad voor het Openbaar Bestuur
(Verschil moet er zijn) staat dat pleidooi. Ruimte voor
differentiatie is een belangrijk uitgangspunt voor de VNG en een
van de kernpunten in het Manifest van de gemeenten.

De Raad van State geeft aan dat vanwege
(grond)wettelijke bepalingen, gemeenten een belastinggebied van
betekenis moeten hebben. De VNG is het hier hartgrondig mee eens.
Om tot die substantiële omvang te komen is daarom uitbreiding
van het belastinggebied nodig. De Raad beveelt aan om deze
discussie bij de start van het nieuwe kabinet af te ronden en
duidelijkheid over de omvang van het belastinggebied te geven. De
VNG onderschrijft dit uiteraard.

De Raad van State vindt dat de provincie
niet in de plaats moeten treden van lokale overheden, maar juist
dient aan te sluiten bij initiatieven van onderop. Dit uitgangspunt
sluit aan bij de zienswijze van de VNG over de zogenaamde gesloten
huishouding van de provincies waarbij zij zich alleen richten op
die taken waar zij meerwaarde kunnen leveren. Dit betekent ook een
aanpassing van de financiën tussen de overheden. Om te zorgen
dat gemeenten daadwerkelijk de opgaven kunnen realiseren waar
burgers om vragen is het noodzakelijk dat taken, met bijbehorende
bevoegdheden en financiële ruimte, gedecentraliseerd worden
naar gemeenten.

De Raad heeft in haar analyse gekeken naar
het terrein van de jeugdzorg en geconstateerd dat de verdeling van
de verschillende rollen en verantwoordelijkheden over de diverse
actoren zorgt voor onduidelijkheid. Omdat bij jeugdzorg maatwerk
belangrijk is, moet volgens de Raad voor een bottom-up benadering
gekozen worden. Volgens de VNG betekent dit dat (centrum)gemeenten
naast de preventie-taak ook de huidige rol van provincies in de
jeugdzorg overnemen. Op die manier wordt de sluitende aanpak in het
jeugdbeleid gerealiseerd conform het advies van commissaris Van
Eijck.

De Raad constateert dat het
veiligheidsbeleid een terrein is waar spanningen tussen de
overheden zich vanzelf presenteren, zolang het beleid nog in
beweging is.Structuurwijzigingen worden dan vaak gebruikt om dat
beleid in een bepaalde richting te buigen. De organisatie van de
politie en de rampenbestrijding zijn hiervan goede voorbeelden.
Maar volgens de Raad bieden algemene structuurwijzigingen zelden
een oplossing. Ook in haar advies over de nieuwe Politiewet laat de
Raad zich kritisch uit over het centraliseren van de politie. De
Raad geeft aan dat door het centraliseren de lokale en regionale
prioriteiten in de verdrukking komen. Een democratische inbedding
op lokaal en regionaal niveau betekent ook verantwoording op dat
niveau.

bron:VNG