Minister Hirsch Ballin van Justitie heeft
een nota van wijziging naar de Tweede Kamer gestuurd waarin staat
dat de voorwaardelijke beëindiging van tbs verlengd wordt naar
negen jaar. De bewindsman voert daarmee één van de
aanbevelingen uit van de

tijdelijke commissie onderzoek tbs. De
nota wijzigt een wetsvoorstel dat al bij de Kamer is ingediend en
waarin werd voorgesteld de duur van de voorwaardelijke
beëindiging van tbs te verlengen naar zes jaar. Dat wordt dus
nu negen jaar. Hierdoor is meer maatwerk in het individuele geval
mogelijk. Tbs'ers die dat nodig hebben, kunnen als gevolg van deze
wijziging langer begeleid en gevolgd worden bij hun terugkeer in de
samenling.

De voorwaardelijke beëindiging van de
dwangverpleging is bedoeld om een geleidelijke en gecontroleerde
terugkeer van de ter beschikking gestelde in de maatschappij
mogelijk te maken. De rechter beëindigt de dwangverpleging
onder de voorwaarde dat de ter beschikking gestelde zich houdt aan
de voorwaarden die de rechter bij die voorwaardelijke
beëindiging heeft gesteld. Overtreedt de tbs'er de
voorwaarden, dan kan hervatting van de dwangverpleging
plaatsvinden.

Op dit moment kan de voorwaardelijke
beëindiging een periode van maximaal drie aaneengesloten jaren
beslaan. De tijdelijke commissie onderzoek tbs concludeert dat die
termijn van drie jaar een knelpunt vormt bij de uitstroom van ter
beschikking gestelden. Het leidt tot terughoudendheid bij klinieken
en het openbaar ministerie met betrekking tot het vorderen van een
voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Is de drie
jaar verstreken zonder dat aanleiding bestond de dwangverpleging te
hervatten, dan eindigt de terbeschikkingstelling van rechtswege.
Verlenging is dan niet meer mogelijk. Door de mogelijkheid te
creëren gedurende een langere periode de voorwaardelijke
beëindiging te laten voortduren, wordt aan dit knelpunt
tegemoet gekomen.

bron:MinJus