Recente perspublicaties suggereren dat in 2015 een overschot aan verloskundigen valt te vrezen. De Stichting Samenwerkende Opleidingen Verloskunde (SSOV)  acht de volgende toelichtende nuancering noodzakelijk: In het jaar 2000 heeft de toenmalige minister van VWS, Els Borst, het besluit genomen de instroomcapaciteit voor verloskundigen te verhogen: van 120 in 2000 naar 220 in 2001.Dit om tekorten op termijn te voorkomen.

Na een vier jaar durende opleiding profiteert het werkveld eerst dit jaar van deze
beslissing. Inmiddels is een grote groep studenten met het Nederlands diploma voor
verloskundige, inclusief  BIG registratie, uitgestroomd. Daarnaast is voor de eerste maal een groep in Groningen beëdigd: de Noordelijke provincies stonden te springen om hoog opgeleide verloskundigen, afkomstig uit de officiële Nederlandse initiële opleidingen.

Gedurende de crisis jaren, waarin met  tekorten werd gekampt, is met een geslaagde
overlevingsstrategie gewerkt: de verloskundigen in Nederland hebben de unieke
thuisbevalling op de kaart weten te houden. Deze accenten veroorzaakten een stagnatie op andere gebieden: er was onvoldoende tijd voor een ontwikkelingsgericht beleid waardoor de wetenschappelijke eerstelijns verloskunde en de ontwikkeling van standaarden en richtlijnen op de achtergrond raakten. Ook de herprofilering  van de beroepsgroep liet op zich wachten.

De opleidingen voor verloskundigen bieden sinds jaar en dag hoog gekwalificeerde scholing. De visitatierapporten uit 2003 maken dat zichtbaar. Vooruitlopend op het nieuwe beroepsprofiel, hebben de opleidingen een actieve bijdrage geleverd, door het onderwijs te moderniseren en te actualiseren. Tijdens de ALV van de KNOV najaar 2005 komt dit profiel aan de orde.

Daarnaast hebben de opleidingen vanaf  2003 gewerkt aan het ontwerp van een continuà¼m voor verloskunde onderwijs: zowel de HBO als de WO variant passen hierin. Bovendien is ruimte gemaakt voor het noodzakelijke wetenschappelijk onderwijs om de evidence based midwifery ruim baan te geven.

Om de verloskundige in de toekomst toe te rusten op de veranderende zorgvraag  en om passende taken toe te voegen aan het huidige takenpakket is er eerder sprake van een tekort dan van een overschot.

Verloskundig onderzoekers, beleidsmedewerkers, verloskundigen werkzaam in klinieken en ziekenhuizen en verloskundigen werkzaam in de eigenpraktijk of gezondheidscentra zullen zich in de toekomst bezig houden met een breder takenpakket.

Van menarche tot menopauze:
de verloskundige gaat zich doorontwikkelen tot specialist van de vrouwengezondheidszorg in een context van eerstelijns gezondheidszorg.

In het nieuwe KNOV beroepsprofiel staat deze ontwikkeling beschreven. Dat vraagt om visie en groei: de opleidingen hebben deze visie, geëxpliciteerd in het project 'de Verloskundige As'. De  tijdlijn die het opleidingen- en zorgcontinuà¼m voor verloskundigen aangeeft. Gerelateerde beroepsgroepen tonen adhesie zo ook de werkgroep MOBG (van de overheid, VWS, zie www.mobg.nl) De opleidingen zijn uitgenodigd een projectvoorstel in te dienen waarin taakherschikking naar de verloskundige toe de hoofdrol heeft.

Om het unieke en goed functionerende systeem binnen de Nederlandse verloskunde te behouden en te laten ontwikkelen, is prudentie en bezinning in relatie tot berichtgeving rondom verloskunde en het veronderstelde dreigende overschot, geboden. Immers geen van de  officiële opleidingen (Amsterdam, Groningen, Maastricht en Rotterdam) voorziet een overvloed. Integendeel: zij baseren zich op een zich sterk profilerende, professionaliserende beroepsgroep die tijd neemt om op adem te komen en zo ruimte heeft voor ontplooiing en groei.

bron:Kweekschool voor Vroedvrouwen