Vermoedelijk medeplichtige van Saddam Hoessein aangehouden



In opdracht van het Landelijk Parket heeft de Nationale Recherche
maandag in Amsterdam een 62-jarige man aangehouden die wordt verdacht
van betrokkenheid bij de door Saddam Hoessein gepleegde
oorlogsmisdrijven en genocide.

De man wordt verdacht van de levering van duizenden tonnen grondstoffen
voor chemische wapens tussen 1984 en 1988 aan het voormalige regime in
Bagdad. De chemische wapens zijn door de regering van Irak ingezet in
de oorlog met Iran en tegen de Koerdische bevolking in Noord-Irak. Het
strafrechtelijk onderzoek door de Nationale Recherche in samenwerking
met de FIOD-ECD wordt uitgevoerd op basis van de Wet Oorlogsstrafrecht
en de Uitvoeringswet Genocideverdrag.

Het onderzoek bracht aan het licht dat de verdachte vermoedelijk
rechtstreeks zaken deed met de autoriteiten in Irak. Hij maakte daarbij
gebruik van financiële schijnconstructies om de betrokkenheid van
zichzelf en Irak buiten het zicht te houden. De man bediende zich van
een Panamese onderneming die in het Zwitserse Lugano was gevestigd.

De grondstoffen voor mosterdgas en zenuwgassen waren afkomstig uit
Japan en de Verenigde Staten. Het onderzoek richt zich op 36
leveringen, waaronder een tweetal zendingen fabrieksmaterialen voor
Irak. Volgens de Verenigde Naties is de Nederlander een van de grootste
tussenhandelaren in de verwerving van chemische materialen door Irak.

In verband met de verboden export naar Irak stelde US Customs in
Baltimore enkele jaren geleden al een strafrechtelijk onderzoek in. Uit
het Amerikaanse onderzoek bleek dat de Nederlander betrokken was bij
een viertal ladingen Thiodyglycol (TDG) die vanuit de Verenigde Staten
naar Europa waren verscheept. Via de havens van Antwerpen en Aqaba in
Jordanië bereikten de grondstoffen voor chemische wapens Irak.

Op verzoek van de Verenigde Staten werd de Nederlander op 26 januari
1989 aangehouden in Milaan. Maar nadat na twee maanden zijn
uitleveringsdetentie was geschorst vluchtte de man naar Irak, waar hij
verbleef tot de inval van de militaire coalitie in 2003. Daarna vertrok
hij via Syrië naar Nederland.

Uit verschillende bronnen valt af te leiden dat de Nederlander op de
hoogte was van de bestemming en het uiteindelijke doel van de door hem
geleverde grondstoffen. Een van de bekendste aanvallen met chemische
wapens is de vernietiging van het Koerdische stadje Halabja op 16 maart
1988. Tijdens deze aanval werden naar schatting 5000 mensen gedood. De
aanval is een voorbeeld van Hoesseins politiek van systematische
vernietiging van de Koerdische bevolking. Uit officiële Irakese
documenten blijkt dat het regime van Hoessein met de operatie tegen de
Koerden dit volk wilde vernietigen.

In het onderzoek is door het Landelijk Parket en de Nationale Recherche
samengewerkt met de Verenigde Staten, Zwitserland, Italië, Duitsland,
België en Jordanië. De Nationale Recherche spoorde getuigen op in
Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Jordanië die
verklaringen hebben afgelegd over het gebruik van chemische wapens door
Irak en de slachtoffers die daarbij zijn gevallen.

De verdachte is na zijn aanhouding in verzekering gesteld vanwege
overtreding van de Wet Oorlogsstrafrecht en medeplichtigheid tot
genocide. De man wordt later deze week voorgeleid aan de
rechter-commissaris in Arnhem.

Bron: Openbaar Ministerie



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: