Vluchtelingen van buiten Europa die zich
in Nederland mogen vestigen, krijgen te maken met een huisarts, wat
nieuw voor hen is. In haar proefschrift onderzoekt Titia Feldmann
hoe vluchtelingen uit Afghanistan en Somalië de huisartsenzorg
ervaren, en hoe huisartsen omgaan met hun nieuwe (buitenlandse)
patiënten. Een kennismakingsgesprek blijkt van groot belang.
De verwachtingen die vluchtelingen hebben van huisartsen
verschillen niet wezenlijk van wat andere patiënten, in
Nederland en internationaal, van hun dokters verwachten: iemand die
hen serieus neemt, goed naar hun verhaal luistert, een zorgvuldig
lichamelijk onderzoek doet en duidelijke informatie geeft over zijn
bevindingen en mogelijkheden voor verder onderzoek en
behandeling.

Feldmann ontdekte dat in de gemeenschappen
van Afghaanse en Somalische vluchtelingen een 'algemeen verhaal'
circuleert van wantrouwen jegens de Nederlandse gezondheidszorg, in
het bijzonder de huisarts. Vluchtelingen die zelf een slechte
ervaring hadden voelden zich niet serieus genomen door
stereotypering of vooroordelen: omdat ze er anders uitzien krijgen
ze niet de volle aandacht en geen optimale zorg van hulpverleners,
denken ze. Vluchtelingen waren ook van mening dat huisartsen te
gemakkelijk geneigd zijn lichamelijke klachten toe te schrijven aan
hun moeilijke situatie en ervaringen. Zij hebben het gevoel dat de
wijze waarop huisartsen hen zien een risico kan inhouden voor de
manier waarop huisartsen hen helpen, en uiteindelijk voor hun
gezondheid. Medische fouten waarmee zij te maken hebben gehad, of
waarover zij van anderen hebben gehoord, worden vooral geweten aan
gebrek aan interesse van de betreffende dokter.

Vertrouwen

De belangrijkste problemen die de 24
geïnterviewde huisartsen tegenkwamen bij de hulpverlening aan
vluchteling-patiënten waren taalproblemen en het omgaan met
lichamelijke klachten die zij zagen als uiting van stress en de
moeilijke situatie waarin hun vluchteling-patiënten leefden.
Vrijwel alle huisartsen noemden 'stress-gerelateerde klachten' of
'medisch onverklaarde lichamelijke klachten' als karakteristiek
voor vluchtelingen. Een meerderheid van de vluchtelingen noemde
spontaan het hebben van zorgen en te veel piekeren als mogelijke
oorzaak van ziekte. Autonomie en economische onafhankelijkheid
zagen de vluchtelingen als onderdelen van een integraal
gezondheidsbegrip, afwezigheid daarvan als factoren die ziekte
konden veroorzaken.

Vertrouwen kwam als hét kernbegrip
naar voren uit de interviews met de 30 Somalische en 36 Afghaanse
vluchtelingen. Vertrouwen was een voorwaarde om uitleg van een
dokter en diens behandelvoorstellen te accepteren. Om vertrouwen op
te bouwen is vooral de houding en het interpersoonlijke gedrag van
de dokter van belang. Een vriendelijke lach, als teken van aandacht
en welkom; het tonen van belangstelling voor de persoon en zijn
achtergrond; het tonen van bereidheid de ander serieus te nemen.
Het uitvoeren van een zorgvuldig lichamelijk onderzoek.

Feldmann concludeert dat het voeren van
een kennismakingsgesprek met nieuwe vluchteling-patiënten in
de eerstelijnsgezondheidszorg noodzakelijk is. Daarin moeten,
behalve de medische voorgeschiedenis, ook andere onderwerpen aan de
orde komen: het land van herkomst, de reden voor vertrek, de
verblijfplaatsen van familieleden, de huidige sociaal-economische
situatie, en eerdere ervaringen met de gezondheidszorg in
Nederland.

bron:Universiteit Tilburg