Het Openbaar Ministerie in Den Haag gaat
over tot vervolging van de gezinsvoogd van Savanna, het 3-jarige
meisje waarvan het lichaam op 21 september 2004 werd gevonden in de
kofferbak van een auto in de omgeving van Holten. De gezinsvoogd
wordt dood door schuld dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk
letsel door schuld verweten (art. 307 en/of 308 van het Wetboek van
Strafrecht).

De gezinsvoogd wordt, kort gezegd,
verweten dat zij onvoldoende onderzoek heeft verricht naar en
onvoldoende acht heeft geslagen op signalen omtrent mishandeling
van Savanna.

Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat gelet op de ernst van
het feit, het stelselmatig mishandelen en het uiteindelijk
overlijden van het kind ,in dit geval ook over de gedragingen en
het nalaten van de gezinsvoogd door de rechter een oordeel zal
moeten worden gegeven.

Overigens beklemtoont het OM dat de
strafrechtelijke aansprakelijkheid van de moeder en stiefvader van
Savanna voorop staat. Moeder en stiefvader zijn op 26 januari 2006
door het Gerechtshof te Den Haag veroordeeld, tot respectievelijk 6
en 2 jaar gevangenisstraf. In beide gevallen met tbs met
dwangverpleging.

De officier van justitie heeft kort
geleden aan de verdachte een kennisgeving gezonden, waarin
mededeling wordt gedaan van het voornemen de vervolging voort te
zetten. Hiertegen is inmiddels door de verdachte een bezwaarschrift
ingediend bij de Rechtbank Den Haag. De datum van de behandeling
van dit bezwaarschrift is nog niet bekend. Bij toewijzing van het
bezwaarschrift komt het vervolgingsrecht van de officier van
justitie te vervallen en eindigt de zaak. Indien het bezwaar wordt
verworpen volgt later de openbáre behandeling van de
strafzaak.

Achtergrond

Op 21 september 2004 is het OM een
onderzoek gestart naar het overlijden van Savanna. In dat
strafrechtelijk onderzoek heeft het OM medio november 2004 besloten
ook de rol van de gezinsvoogd nader te bezien. In het onderzoek
kwam naar voren dat er meermalen signalen aan de gezinsvoogd zouden
zijn afgegeven door in meer of mindere mate bij het gezin betrokken
hulpverleners over de zorgelijke toestand waarin Savanna zich
bevond. Deze signalen hebben, zo bestaat het vermoeden, niet of
onvoldoende geleid tot maatregelen door de gezinsvoogd.

Op 14 maart 2005 is op vordering van het
OM door de rechter-commissaris een gerechtelijk vooronderzoek
geopend naar, kort gezegd, het handelen en niet-handelen door de
gezinsvoogd.

In dit gerechtelijk vooronderzoek zijn op
vordering van het OM, respectievelijk op verzoek van de
verdediging, 35 getuigen gehoord door de rechter-commissaris in de
periode van juni 2005 tot en met juni 2006. De verdachten uit de
oorspronkelijke strafzaak, buren en kennissen van het gezin zijn
gehoord, evenals een betrokken psychiater, sociaal psychiatrische
verpleegkundigen, een arts van het bureau voor consultatie,
maatschappelijk werkers en een vertrouwensarts van het Advies- en
Meldpunt Kindermishandeling. Verder zijn een Inspecteur voor de
jeugdzorg en Inspecteurs voor de gezondheidszorg door de
rechter-commissaris gehoord. Er ook is onderzoek gedaan naar de
feitelijke organisatie van het werk in de jeugdzorginstelling waar
de gezinsvoogd werkte. Daarnaast zijn twee deskundigen benoemd om
rapportages uit te brengen over de moeder van Savanna en over het
onder toezicht gestelde kind.

Op 3 augustus 2006 is het gerechtelijk
vooronderzoek door de rechter-commissaris afgesloten.

De bevindingen uit het onderzoek wijzen
naar het oordeel van het Openbaar Ministerie uit dat signalen over
de zorgelijke toestand van Savanna door professionele hulpverleners
en andere bij het gezin betrokkenen zijn afgegeven en dat deze
signalen de gezinsvoogd ook daadwerkelijk hebben bereikt. Met deze
signalen heeft, zo lijkt het, de gezinsvoogd onvoldoende gedaan.
Los daarvan lijkt zij zich onvoldoende op eigen initiatief inzicht
te hebben verschaft in de problematiek en voorgeschiedenis van
moeder. Door na laten te handelen, waar handelen geboden was en
waar juist zij, als gezinsvoogd bovendien ook gehouden was te
handelen, meent het Openbaar Ministerie dat haar het verwijt van
schuld aan het overlijden en/of aan het zwaar lichamelijk letsel
van Savanna kan worden gemaakt.

Natuurlijk zijn door het Openbaar
Ministerie bij zijn beslissing om de zaak aan de rechter voor te
leggen meegewogen de moeilijke omstandigheden waaronder
gezinsvoogden in het algemeen hun werk moeten doen. Dat neemt niet
weg dat zich situaties kúnnen voordoen waarin de
strafrechter een oordeel zou moeten uitspreken. Naar het oordeel
van het Openbaar Ministerie is dit zo een geval.

bron:OM