In 2005 verleenden ruim 600 duizend personen van 25–64 jaar mantelzorg. Het gaat meestal om zorg voor een ouder. Vijftigplussers verlenen deze zorg relatief vaak. Dit blijkt uit tellingen van het CBS.

Vooral zorg voor ouders
De ruim 600 duizend mantelzorgers vormden bijna 7 procent van de bevolking (25–64 jaar). Onder hen waren bijna tweemaal zoveel vrouwen als mannen.
Bijna zes op de tien mantelzorgers zorgden voor een ernstig zieke of hulpbehoevende ouder, minder dan de helft verzorgde een of meer andere familieleden of vrienden.
Twee op de tien mantelzorgers, 130 duizend in totaal, hadden naast de verzorging van een ernstig zieke ook nog jonge kinderen thuis.

50–54-jarigen zorgen relatief vaak
Het aandeel mantelzorgers neemt toe met de leeftijd en was het hoogst (12 procent) in de leeftijdsgroep 50–54 jaar. In alle leeftijdscategorieën werd vooral voor een ouder gezorgd. Vanaf 55 jaar was dit wat minder vaak het geval. De reden hiervoor is dat de ouders dan vaker zijn overleden of in een verzorgingshuis wonen. Mannen en vrouwen vanaf 55 jaar zorgden wel relatief vaak voor andere familieleden of vrienden.

Minder werken, meer zorgtaken
Personen die niet participeerden op de arbeidsmarkt verleenden iets vaker mantelzorg dan personen die wel actief waren op de arbeidsmarkt. Een mogelijke verklaring is dat mensen die geen baan hebben of daar niet actief naar zoeken, meer vrije tijd hebben en daardoor in principe meer tijd kunnen besteden aan zorgtaken. Van hen zorgde ongeveer een op de drie meer dan 12 uur per week.

bron:CBS