Op 20 oktober wordt tijdens een groot circuscongres op het Malieveld in Den Haag het boek Circus de magie van een cirkel gepresenteerd. De publicatie bij het Jaar van het Circus geeft een kleurrijk beeld van het circusleven en het dagelijks bestaan van Nederlandse circusdirecteuren, artiesten en vrouwen in het circus. Wie droomt er niet van een leven in de piste als clown of zwevend aan de trapeze? Maar hoe is het leven in en naast de piste werkelijk? Dit boek, dat over het dagelijks leven in het circus gaat, wordt uitgereikt aan alle Nederlandse circusdirecteuren, die tezamen het gezicht van het Nederlandse circus vormen.

In het jaar van het circus wil het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, de Vereniging van Nederlandse Circusondernemingen, Circomundo en de Club van Circusvrienden aandacht vragen voor de betekenis van circus als kunst en erfgoed. In Circus de magie van een cirkel staan artikelen over de dagelijkse beslommeringen en vreugdes die circusdirecteuren als Robert Ronday, Alberto Althoff, Dick Hoezee en Maurice Veldkamp meemaken. De circusvrouwen komen aan het woord over het leven in een woonwagen, opvoeding van de kinderen en werken in dit reizende theater. Maar ook de geschiedenis van het circus en circus als kunstdiscipline komen aan bod. Piste en cirkel Circus is afgeleid van cirkel. De piste is het middelpunt van de voorstelling waar jongleurs, acrobaten en dierentrainers met hun dieren ene voorstelling maken. De spreekstalmeester kondigt de nummers aan en zorgt oor de rode draad in het programma. De eerste circusvoorstellingen werden gegeven aan het eind van de achttiende eeuw. Een bejaarde koorddanser vertoonde paardennummers, acrobaten en een paljas op de kermis in Delft. De combinatie van deze circusnummers is in de negentiende eeuw circus gaan eten. Dieren zijn vanaf het begin een integraal onderdeel van het circus geweest. Tijgerdressuur of paardenacrobatiek vinden veel bezoekers aantrekkelijke circusnummers. Het hoort bij het circus. Maar er zijn ook altijd kanttekeningen geplaatst bij dieren in het circus.

In Circus, de magie van een cirkel staat ook een hoofdstuk over circus en dierenactivisten.

Achter de schermen Het boek geeft een kijkje achter de schermen van het Nederlandse circus door een uitgebreid hoofdstuk over mensen die leven en werken in dit rondtrekkende tenttheater dat in elke plaats zijn 'zaal' voor de voorstelling moet opbouwen. Rond de chapiteau ontstaat een circusdorp van caravans, vrachtwagens, en dierenverblijven.

Circuskinderen krijgen hun circusopleiding van hun ouders en gaan overdag gewoon naar school. Om volleerd artiest te worden kun je in Nederland ook naar echte circusscholen in Rotterdam en Leeuwarden. Circusartiesten maar ook liefhebbers en verzamelaars spreken vol passie en bevlogenheid over hun circus.

Het leven in het tenttheater is voor velen de manier om zich te ontplooien en als kunstenaar tot hun recht te komen. Maar het leven in een circus is ook vaak ontnuchterend en hard. De romantiek die door velen op het artiestenleven geplakt wordt is niet zo groot.

Voor romantiek moet je niet in het circus zijn. Toch zouden de meesten hun onzekere bestaan niet willen ruilen voor een vaste betrekking en een rijtjeswoning. Hoogtepunt voor velen is toch het optreden van een paar minuten in de piste of een daverende slot van een voorstelling met en staande ovatie. 'Daar doe je het voor', zegt circusdirecteur Hans Martens.

bron:Ned. centrum voor volkscultuur