De meervoudige strafkamer van de rechtbank
te Leeuwarden heeft op 23 oktober 2006 een verdachte veroordeeld
voor (kort gezegd) verwaarlozing van zijn vee. Verdachte heeft op
verschillende momenten in 2005 en 2006 zijn vee niet (tijdig)
behandeld bij ziektes. Voorts waren de stal en het voer ernstig
vervuild met mest, leidde de inrichting van de stal tot
verwondingen en was er sprake van overbevolking.

Verdachte kreeg een voorwaardelijke
gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren
opgelegd. Gedurende de proeftijd dient verdachte contact te
onderhouden met de reclassering. Voorts bepaalde de rechtbank dat
verdachte binnen 3 maanden na aanvang van de proeftijd zijn
veestapel terug dient te brengen tot 120 runderen. De door de
officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarde dat
verdachte de bewaringskosten van zijn vee terug dient te betalen
aan de Staat, werd niet toegewezen. De rechtbank oordeelde dat die
vordering via de civiele rechter afgehandeld zou moeten worden.

Bron: Rechtbank Leeuwarden