VRZ roept op tot grotere aandacht zorgkwaliteit



De Vereniging Regionale Zorgverzekeraars (VRZ) is van mening dat de discussie tussen overheid en huisartsen te veel gericht is op geld en onvoldoende gaat om de kwaliteit van zorg. Leden van de VRZ (Azivo, Salland, De Friesland, Zorg en Zekerheid) zijn van mening dat de positie van de huisarts versterkt moet worden zodanig dat sprake is van een inkomensgarantie, autonomie van medisch handelen én terugdringing van administratieve lasten.

De VRZ-leden vragen aan huisartsen om onderlinge afspraken te maken over verwijsbeleid, voorschrijfgedrag en kwaliteit van zorgverlening. Alle leden van de VRZ hebben op regionaal niveau een goede relatie met de huisartsen. Hans Feenstra, voorzitter van de VRZ: 'De constructieve en professionele wijze waarop wij met elkaar omgaan, staat volstrekt haaks op de beeldvorming op nationaal niveau dat zorgverzekeraars en huisartsen niet door één deur kunnen.' Juist omdat leden van de VRZ regionaal actief zijn, zijn zij goed in staat om deze zorginhoudelijke discussie te voeren met zorgverleners in de regio. Met groot respect voor elkaars vak, kennis en belangen. 'Natuurlijk gaan wij niet op de stoel van de huisarts zitten dat kunnen we niet en willen we niet,' aldus Hans Feenstra.

Voor de VRZ is het van groot belang dat de positie van de huisarts als poortwachter van de zorg verder versterkt wordt. Zowel op het gebied van kwaliteit van zorg áls op het aspect van kosten, vervult juist de huisarts een essentiële rol. De huisarts moet afspraken maken met apothekers en ziekenhuisdirecties over voorschrijfgedrag en verwijsbeleid. Het is aan de zorgverzekeraar om huisartsen te stimuleren en prikkelen om met elkaar op transparante wijze tot deze afspraken te komen. De huisarts moet deze keuzes vervolgens aan de patiënt voorleggen. Hans Feenstra: 'Door de zorgketen op deze manier in te richten worden arts en patiënt meer regisseur dan de overheid de zorgverzekeraar wil laten zijn. Dit zal ook een positief effect hebben op de keuzevrijheid van de zorgconsument.'

In totaal gaat er bijna 1,5 miljard euro om in de huisartsenzorg. De minister vraagt de zorgverzekeraars te onderhandelen met huisartsen over 90 miljoen onder het mom van marktwerking. 'Op zichzelf is die 90 miljoen veel geld, maar dit is wisselgeld ten opzichte van het totaal,' aldus Hans Feenstra. De VRZ vindt het dan ook een verkeerde basis om hiermee de impasse met huisartsen te kunnen doorbreken. Dit kan alleen worden doorbroken door zorgverlening centraal te stellen in plaats van de portemonnee. Feenstra: 'Als de ambitie van huisartsen en zorgverzekeraars leidt tot een beetje minder marktwerking voor de huisartsenzorg dan nemen we dat graag op de koop toe in het belang van de kwaliteit van de zorg.'

De VRZ hecht eraan te benadrukken dat deze belangrijke discussie over de beloning van huisartsen niet de invoering van een nieuw zorgstelsel per 1 januari in de weg behoeft te staan. Juist door nu goede afspraken te maken zal het stelsel op 1 januari 2006 nog beter kunnen functioneren.

bron:VRZ



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: