De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) gaat in het schooljaar '06/'07 het rookverbod bij onderwijsinstellingen controleren. Steekproefsgewijs worden controles uitgevoerd bij alle soorten onderwijs, van basisschool tot universiteit. Er wordt gecontroleerd of de instellingen het rookverbod correct hebben ingesteld, aangeduid en handhaven. Dit project is totstandgekomen na goed overleg en afstemming met de onderwijsinspectie.

Tijdens de actie voert de VWA ruim achthonderd inspecties uit. Er wordt nagegaan of de openbare ruimtes zoals klaslokalen, kantines, gangen en trappen en werkplekken (kantoorruimten) rookvrij zijn. Wanneer de instelling een specifieke rookruimte heeft, wordt gecontroleerd of deze aan de eisen voldoet (speciaal voor het roken, afgesloten ruimte en geen hinder en overlast in de aangrenzende ruimten). Tegen onderwijsinstellingen die zich niet aan de regels houden, worden maatregelen genomen. De VWA voert jaarlijks, naast de reguliere controles, inspecties uit bij een aantal specifieke branches. In 2006 zijn dit bouwbedrijven en onderwijsinstellingen. Gezien het grote aantal leerlingen, studenten en werknemers dat dagelijks bij onderwijsinstellingen aanwezig is, vindt de VWA het belangrijk om deze sector te controleren en vast te stellen in hoeverre bescherming wordt geboden tegen gezondheidsschade door meeroken.

De meeste kinderen beginnen met roken als ze dertien tot vijftien jaar oud zijn. Ook daarom voert de VWA deze actie binnen het basis- en voortgezet onderwijs uit. Uit onderzoek is gebleken dat nog steeds een kwart van de twaalfjarigen aangeeft ooit gerookt te hebben en van de vijftienjarigen de helft. Wanneer het rookverbod correct is ingevoerd, worden jongeren op school niet of minder geconfronteerd met roken en is de kans dat zij beginnen met roken kleiner.

De wet- en regelgeving omtrent het rookverbod bij onderwijsinstellingen is sinds 1 januari 1990 van kracht. Het is een van de instrumenten om tabaksgebruik terug te dringen en werknemers en personen die gebruik maken van de voorzieningen van de onderwijsinstellingen te beschermen tegen gezondheidsschade door meeroken. In de praktijk betekent dit dat er in de onderwijsinstellingen niet gerookt mag worden. Een uitzondering hierop vormen de speciaal voor het roken aangewezen ruimten, de zogenaamde rookruimten. Deze ruimten moeten goed afgesloten zijn zodat ze geen hinder en overlast veroorzaken in de aangrenzende ruimten.

Klachten over roken op de werkplek of in openbare ruimten kunnen gemeld worden bij de Warenklachtenlijn.

bron:VWA